In deze regeling wordt verstaan onder:
Budget:
een in de begroting opgenomen bedrag voor het realiseren van doelen en activiteiten, dat zowel de exploitatie als de investeringen omvat.
Hoofdbudgethouder:
de gemeentesecretaris/algemeen directeur of de griffier die op grond van die functie eindverantwoordelijk is voor de beheersing van alle budgetten en investeringen.
Budgethouder:
een functionaris die op grond van die functie verantwoordelijk is voor de beheersing van de functioneel toegewezen budgetten en investeringen.
Budgetbeheerder:
een medewerker die onder verantwoordelijkheid van een budgethouder de budgethouder ondersteunt met de uitvoering van de aan het budgethoudersbudget verbonden werkzaamheden.
Calamiteit:
een ramp, een crisis of een onverwachte gebeurtenis die ernstige schade of leed kan veroorzaken binnen de gemeente en daarom redelijkerwijs directe actie van de gemeente vereist.
Doelmatigheid:
de mate waarin de besteding van de budgetten bijdraagt aan het bereiken van de maatschappelijke effecten, zoals vastgelegd in de programmabegroting.
Financiën:
de medewerkers van het team Interne Ondersteuning die belast zijn met taken op het gebied van het financieel beleid en het financieel beheer.
Investering:
een door de raad en het college beschikbaar gesteld bedrag voor het doen van een concrete uitgave met een meerjarig nut.
Programma:
een door de raad vastgesteld samenhangend geheel van gemeentelijke activiteiten met de daarbij beschikbaar gestelde lasten en inkomsten om de gemeentelijke activiteiten te realiseren.
Taakveld:
een in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voorgeschreven verzameling van uitgaven en inkomsten die zijn toegewezen in de programma’s.
Verplichting:
de verplichting tot het verrichten van een financiële beheershandeling (zoals het doen van betalingen of een verrekening) aan een derde op grond van een overeenkomst, besluit of beschikking.