Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Aangaan van verplichtingen en betalingen

Onderdeel van Budgethoudersregeling gemeente IJsselstein 2022

1.. Verplichtingen tot het doen van uitgaven mogen door de budgethouder/-beheerder alleen worden aangegaan nadat de budgethouder/-beheerder heeft vastgesteld dat: er toereikend mandaat bestaat op grond van het geldende mandaatbesluit het desbetreffend budget toereikend is om die uitgave(n) te doen, dan wel dat binnen het betreffende taakveld voldoende toereikend budget beschikbaar is. 2.. Bij het aangaan van verplichtingen worden de geldende regels met betrekking tot het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid en administratieve organisatie gevolgd. 3.. De budgethouders en budgetbeheerders die volgens deze regeling en het geldende mandaatbesluit een verplichting mogen aangaan leggen de verplichting als de opdrachtwaarde hoger is dan € 5.000 (en niet zijnde een subsidie1Subsidies worden centraal in het subsidieoverzicht vastgesteld.) altijd vast door het registreren daarvan in de financiële administratie op het moment dat deze ontstaat. 4.. De budgetbeheerder laat verplichtingen groter dan € 5.000 mede accorderen door de budgethouder. 5.. De hoofdbudgethouders, budgethouders en budgetbeheerders mogen verplichtingen aangaan tot de onderstaande bedragen: Functie Bevoegd tot maximaal Hoofdbudgethouder Bedragen hoger dan € 500.000 Budgethouder Tot € 500.000 Budgetbeheerder Tot € 30.000 6.. Als een toereikend budget ontbreekt, dan is het aangaan van een verplichting niet mogelijk totdat het budget op voldoende niveau is gebracht. 7.. De budgethouders en budgetbeheerders zijn verantwoordelijk voor het juist en tijdig aanbieden van de te betalen facturen en de te innen vorderingen aan de financiële administratie. Hiervoor gelden nadere interne richtlijnen.

Rechtspraak bij dit artikel