Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.2

Welke bomen worden verwijderd?

Onderdeel van Kadernota Vervanging en Herplantbeleid

Er is een verschil tussen het verwijderen van bomen en het vervangen van bomen. In de APV zijn criteria opgenomen op grond waarvan een boom wordt verwijderd. Niet al deze bomen behoeven ook vervangen te worden. De criteria welke bomen vervangen moeten worden zijn opgenomen in het herplantbeleid (zie het vorige hoofdstuk). Criteria voor verwijdering van een boom op grond van de APV zijn: Grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang Boombeheerders zijn verplicht om hun bomen periodiek te inspecteren op veiligheid. Deze verplichting komt voort uit de wettelijke zorgplicht. De meest gangbare methode om te inspecteren is de VTA-inspectie (Visual Tree Assessment). De risicobomen die uit deze controle naar voren komen worden verwijderd. Op basis van de APV is geen omgevingsvergunning nodig om te dunnen of als er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang. Ziektes Bomen kunnen verwijderd worden op grond van de Plantenziektewet. Op grond van deze wet kunnen onder andere regels worden gesteld betreffende het rooien van bomen, het bewaren en het vervoeren of voor handen hebben daarvan. De eigenaar van de boom (dus ook particulieren) kunnen op grond van deze wet (of uitvoeringsregelingen daarbij) verplicht worden om bomen te rooien of te vernietigen om bepaalde plantenziekten te bestrijden. Op basis van de APV is geen omgevingsvergunning nodig om bomen te verwijderen die op grond van de Plantenziektewet moeten worden verwijderd. Overlast In de volgende gevallen worden bomen verwijderd op basis van overlast: Bomen van de eerste en tweede grootte die groeien in de verboden zone, conform artikel 5:42 BW en overlast (overgroei van takken) geven voor de direct aanwonenden. Bomen die buiten deze zone groeien worden niet om deze reden gekapt. Bomen van de eerste en tweede grootte die groeien in de verboden zone conform artikel 5:42 BW en overlast geven door boomwortels. Bomen van de eerste en tweede grootte die buiten deze zone groeien worden niet om deze reden gekapt. Het opdrukken van de verharding door boomwortels meer dan 8 cm hoogteverschil (Beeldkwaliteit verharding – wortelopdruk niveau C). Dunning Op grond van de Boswet hoeft dunning niet gemeld te worden. Onder dunning verstaat de wet: een velling, die uitsluitend als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand beschouwd moet worden (art.1 lid 1 Boswet). De rechter heeft het begrip dunning nader omschreven als werkzaamheden ter bevordering van de leefbaarheid van de overblijvende houtopstanden, waarbij het natuurlijk verloop van de desbetreffende milieu in stand blijft. Daarbij overwoog de Hoge Raad dat ook rekening moet worden gehouden met de opvattingen over oordeelkundige verzorging zoals die zich met de tijd wijzigen.2 Bron mr. Bas M. Visser ISBN 978-90-70405-23-6 Het dunnen van bosplantsoen en het uitdunnen van laanbeplanting vallen dus niet onder de herplant. Herplanten zou in deze gevallen een negatief effect hebben op de boom en op het gewenste eindbeeld. Ook op basis van de APV is geen omgevingsvergunning nodig om te dunnen. Hakhout (Vellen regulier onderhoud) Het hakhoutbeheer is gebaseerd op het regeneratievermogen van de boom. Het weefsel dat verloren gaat door het kappen van de boom kan worden vervangen door uitlopers. Deze uitlopers worden gevormd aan de overgebleven stam. Als gevolg van de beschadiging die houtkap oplevert, kunnen de slapende knoppen worden geactiveerd en uitlopen. Daarnaast kunnen er door de beschadiging nieuwe verborgen knoppen worden geproduceerd. De volgende bomen worden als hakhout beheerd: wilgenbosjes, elzenbosjes/singels, eikenbosjes. Ook op basis van de APV is geen omgevingsvergunning nodig voor hakhoutbeheer. Bomen op begraafplaatsen Op de begraafplaatsen staan bomen soms dicht op de plek waar een stoffelijk overschot begraven, bijgezet of geruimd moet worden. Om deze werkzaamheden te kunnen uitvoeren is het soms noodzakelijk om een boom te rooien. Ook op basis van de APV is geen omgevingsvergunning nodig indien een boom gekapt moet worden voor een bijzetting, begraven of ruiming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel