Schuldhulpverlening is in principe éénmalig. Er is geen leereffect wanneer schuldhulpverlening vaker wordt ingezet. Ook wordt daarmee onverantwoord bestedingsgedrag meestal in stand gehouden. De kans op succes bij recidive neemt af, omdat schuldeisers vaak niet opnieuw mee willen te werken.
Recidivisten worden voor 5 jaar uitgesloten van schuldhulpverlening, nadat hun minnelijke schuldhulpverlening of WSNP-traject is afgelopen. Afwijken van de 5 jaar uitsluiting geldt wanneer nieuwe schulden niet (volledig) aan de inwoner zelf te wijten is, wanneer er sprake is van een gezin met minderjarige kinderen of andere bijzondere omstandigheden.
Schuldhulpverlening is in principe niet bedoeld om fraudevorderingen te saneren. Dit ondermijnt het draagvlak voor sociale voorzieningen. Soms is ondersteuning bij fraude via schuldhulpverlening toch nodig, om grotere maatschappelijke problemen en kosten te voorkomen. Ondersteunen bij fraudeschulden is altijd maatwerk.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.5
Recidive en fraude
Onderdeel van Beleidsplan Integrale schuldhulpverlening 2022 – 2025