Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.

Artikel 6.

Toegang en besluit

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Boekel 2022

1.. Het college legt de beslissing omtrent het al dan niet verlenen van een individuele voorziening vast in een beschikking. 2.. In afwijking van het eerste lid wordt er door het college geen beslissing vastgelegd in een beschikking wanneer het een verwijzing naar zorg in natura door de huisarts, medisch specialist, rechter, Officier van Justitie en Gecertificeerde Instelling betreft. 3.. Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond van de aanvraag, evenals het onderzoek en het daaruit volgende ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 8. 4.. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende voorziening. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, doch in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vast in een beschikking. 5.. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing door de huisarts, medisch specialist, jeugdarts, rechter, Officier van Justitie en Gecertificeerde Instelling als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig en passend is. Van deze verwijzingen vindt geen gemeentelijke dossiervorming plaats. 6.. Het college kan nadere regels vaststellen die beschrijven welke stappen de aanbieder dient te doorlopen bij deze beoordeling. 7.. De jeugdige en/of zijn ouders moeten zich binnen zes maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder. Zo niet, dan wordt het besluit ingetrokken. In geval van een PGB geldt dat binnen zes maanden een aanvang is gemaakt met de inzet van het PGB teneinde toe te werken naar het resultaat waarvoor het is verstrekt. Zo niet, dan wordt het besluit ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel