Het college zorgt ervoor dat het voldoende zicht heeft op de voortgang van het voldoen aan de inburgeringsplicht door de inburgeringsplichtige en voert hiertoe periodiek voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtige zolang het inburgeringstraject loopt.
De frequentie van de voortgangsgesprekken wordt vastgesteld op basis van de uitkomsten van de brede intake en afgestemd op de inburgeringsplichtige, met dien verstande dat in het eerste jaar met de asielgerechtigde statushouder in Assen minimaal vier voortgangsgesprekken plaatsvinden in tegenstelling tot het wettelijk minimum van twee.
Het college neemt de frequentie van de voortgangsgesprekken op in het PIP.
Het college wint bij de organisaties die bij het inburgeringtraject zijn betrokken informatie in die relevant is om zicht te houden op de in het eerste lid bedoelde voortgang (aanwezigheid, inspanning, resultaten).
Tijdens het voortgangsgesprek komen onder andere de afspraken uit het PIP aan bod. Met de inburgeringsplichtige wordt besproken of de onderdelen nog aansluiten bij de capaciteiten, de behoeften en de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Het gaat daarbij in elk geval om:
De afgesproken leerroute;
De ondersteuning en begeleiding tijdens het inburgeringstraject;
De intensiteit van de verschillende onderdelen van het traject;
De participatie-activiteiten; en
De vorderingen en inzet van de inburgeringsplichtige.
Van ieder voortgangsgesprek worden de bevindingen met de inburgeringsplichtige gedeeld.
Als het voortgangsgesprek daartoe aanleiding geeft kan het PIP geheel of op onderdelen worden aangepast, dat dan in een nieuwe beschikking moet worden vastgelegd.