Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.1

Controles

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2023

1.. De medewerker informeert cliënten of hun vertegenwoordigers in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die verbonden zijn aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening, ook als deze verzilverd wordt via een pgb. De medewerker informeert ook over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet. 2.. Om oneigenlijk gebruik van de Wet te voorkomen, controleert het college de doelmatigheid en rechtmatigheid van de verstrekte voorziening en de besteding van het pgb. Dit kan in de vorm van een steekproef. 3.. Het college maakt afspraken met aanbieders over de facturatie en accountantscontrole, zodat declaraties en uitbetalingen kloppen met de contractuele afspraken, de leveringsafspraken en de geleverde prestaties. 4.. Het college is gerechtigd tot materiële controle en tot kwaliteits- en fraudeonderzoek, waaronder de besteding van het pgb, bij organisaties, leveranciers en de cliënt of vertegenwoordiger. Het college kan nadere regels stellen over de invulling van dit artikel. 5.. Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid (zoals bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e Wmo 2015) de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken. 6.. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het vijfdelid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel