Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Onderhoudsplanning groot onderhoud

Onderdeel van Beheerplan Wegen 2023-2027

De inspectieresultaten zijn vertaald naar een meerjarenplanning voor de periode 2023 t/m 2027. Hierbij is een toets op de maatregel en een analyse op risico’s uitgevoerd. De planning is een lijst, waarop per wegvak is aangegeven welk onderhoud uitgevoerd moet worden en in welk jaar. Het betreft zowel het groot- als het klein onderhoud. Bij de toets op de maatregel wordt beoordeeld of deze aansluit op de werkelijke situatie buiten. Hierbij is een risicoanalyse op veiligheid van de weggebruiker en technische levensduur uitgevoerd. Zo zijn de prioriteiten bepaald en wordt het onderhoud als eerste uitgevoerd op de wegen met het grootste risico. Ook wordt gekeken naar het effect van de onderhoudsmaatregel op de restlevensduur van de verharding, zodat het onderhoud zo economisch mogelijk wordt uitgevoerd. Op deze manier is het operationele plan opgesteld, waarbij de maatregelen zo in tijd zijn verschoven, dat de jaarlijkse kosten gelijk zijn. Hierdoor is er een evenwichtige belasting op de organisatie en de bereikbaarheid van de gemeente, zonder kapitaalvernietiging. Figuur 5: Begroting groot onderhoud 2023 - 2027 Het gemiddeld benodigd bedrag voor groot onderhoud bedraagt € 741.955, - in de periode 2023-2027. Een toets met normkosten op basis van theoretische onderhoudscycli geeft aan dat het gemiddelde bedrag voldoende is. Het onderhoud op de asfaltverhardingen is voornamelijk voorzien op de wegtype 3 en 4. Bij de elementenverharding vindt het onderhoud voornamelijk plaats op wegtype 5. Dit zijn ook de wegtype die kwalitatief het slechts scoren. Insteek van het groot onderhoud is om de wegen op hetzelfde onderhoudsniveau B te blijven onderhouden, met prioriteitsaandacht voor asfaltwegen en fietspaden. Buitengebied Bij de wegen buiten de bebouwde kom maken we onderscheid in doorgaande wegen naar omliggende gemeenten en ontsluitingswegen t.b.v. de aanliggende percelen. Op de eerste categorie geldt veelal een maximumsnelheid van 80km/h. Het onderhoudsregime kan identiek zijn aan dat van de hoofdontsluitingswegen binnen de bebouwde kom. Op de andere wegen geldt een maximumsnelheid van 60km/h. Deze wegen voldoen veelal niet aan de huidige inrichtingseisen en capaciteit. In de afgelopen decennia is er een toename van de verkeersdruk op deze wegen door toename van zwaar verkeer en ook een toename van sluipverkeer. De afgelopen periode zijn veel buitenwegen gereconstrueerd en de komende jaren worden de overige wegen gedaan. Deze investeringen worden betaald uit het investeringsprogramma. Hoofdwegen De hoofdontsluitingswegen hebben een lengte van ca. 20 kilometer, kennen een vrij hoge verkeersintensiteit en zijn van vitaal belang voor de afwikkeling van het lokale en doorgaande verkeer. Het onderhoud aan de hoofdontsluitingswegen geeft grote druk op de beschikbare middelen. Door duidelijke prioriteiten te stellen bij het opstellen van onderhoudsplannen wordt het budget doelmatig en verantwoord ingezet.

Rechtspraak bij dit artikel