Kwaliteitsnorm
Aan de hand van de uitgangpunten, visie en ambities en parameters zoals fusie, maatregelen in het omliggende gebied, leerlingenprognoses etc., hebben we gedefinieerd of een gebouw in de toekomst aan vervanging of aan renovatie toe is. Zo hebben we bepaald hoeveel investeringen de komende jaren nodig zijn om de onderwijshuisvesting kwalitatief op orde te houden. Het is daarbij de bedoeling dat we die kwaliteit periodiek bekijken en bepalen welke aanpassingen mogelijk of nodig zijn. Daarom hebben we in het algemeen gekozen voor renovatie van het vastgoed. Daarbij is de ruimte gelaten om bij de actualisatie in bepaalde omstandigheden, alsnog de integrale afweging te kunnen maken of nieuwbouw geen betere oplossing is. Met een dergelijke werkwijze behoudt het IHP zijn actualiteitswaarde en kunnen we optimaal inspelen op veranderende ontwikkelingen.
Financiële norm
We hebben de verschillende ambities omgezet in een Haarlemmermeers kwaliteitskader. Dit kader gaat uit van een gemiddelde norm voor nieuwbouw van € 2.100 per m2 voor de PO-gebouwen en €
2.280 per m2 voor de SO-gebouwen. Voor de VO-gebouwen stellen we deze norm op € 1.900 per m2 (dit komt doordat VO-gebouwen groter van omvang zijn en dus een lager kostenniveau per m2 hebben). Deze nieuwbouwnormen liggen hoger dan de landelijke trend met name als gevolg van de lokale duurzaamheidsambities. Zo hanteren veel gemeenten kengetallen voor PO en SO ter hoogte van € 1.800 en voor het VO € 1.600 per m2 (prijspeil 2017). Over het algemeen is de inschatting dat voor deze prijsniveaus een schoolgebouw aan de eisen van het Bouwbesluit voldoet. Daarom noemen we deze prijsniveaus ‘de bouwbesluitnorm’.
Voor een renovatie is nu als investeringsimpuls gerekend met een financiële norm van 50% van de bouwbesluitnorm, voor een levensverlenging van tenminste 20 jaar.
Bijdrage schoolbesturen
Op basis van de eerder in de intentieverklaring vastgestelde uitgangspunten leveren de schoolbesturen een wezenlijke financiële bijdrage in geval van renovatie of vervangende nieuwbouw. Omdat de schoolbesturen wettelijk niet mogen investeringen in onderwijshuisvesting, hebben we de bijdrage gezocht in de besparingen die de maatregelen uit het IHP voor de schoolbesturen zouden kunnen opleveren qua exploitatie en onderhoud. Daarbij geldt als uitgangspunt het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) dat het schoolbestuur opstelt.
De bijdrage komt tot stand door in het 30e levensjaar van een schoolgebouw gezamenlijk te beoordelen of het gebouw in het 40e levensjaar duurzaam kan worden gerenoveerd of dat het gebouw moet worden vervangen door nieuwbouw. Duurzaam wil in dit geval zeggen een verantwoord gebruik van het gebouw voor de volgende 20 jaar.
De bijdrage van het schoolbestuur is in principe het budget dat in het MJOP is opgenomen (per schoolgebouw) voor de 10 jaren voor het 40e levensjaar plus de 5 jaren na het 40e levensjaar en dat betrekking heeft op die onderhoudsactiviteiten die het schoolbestuur niet meer uitvoert, dan wel die het doorschuift of naar voren haalt naar het jaar waarin renovatie of vervangende nieuwbouw aan de orde is. Van dit vrijvallende budget wordt 10% apart gelegd als een zogenaamde ‘stroppenpot’.
Deze pot wordt aangewend om in voorkomende gevallen onderhoudsactiviteiten te bekostigen die door omstandigheden alsnog moeten worden uitgevoerd. Deze bestuurlijke bijdrage geldt zowel bij renovatie als vervangende nieuwbouw.
Dit zijn systeemafspraken met als uitdrukkelijk uitgangspunt dat per bestuur en per schoolgebouw maatwerk vereist wordt. Gemeente en schoolbestuur maken gedetailleerde afspraken op het moment dat partijen de uitvoering van de geplande maatregel opstarten.
Met deze aannames en afspraken kunnen gemeente en besturen naar elkaar de zekerheid uitspreken over de toekomstige maatregelen, ook voor de verre toekomstige periode. We weten op welk moment we in gesprek gaan over de vraag of een gebouw aan vervanging toe is. Ook is helder hoeveel investeringen de komende jaren nodig zijn om het onderwijsgebouw kwalitatief en duurzaam op orde te houden en in welke verhoudingen beide partijen deze middelen inbrengen.
De gemeente en schoolbesturen zijn daarmee baanbrekend in samenwerking en financiering en volgen daarmee voor zowel (vervangende) nieuwbouw als renovatie niet langer de normen die zijn opgenomen in de Verordening. Gemeente en schoolbesturen borgen daarmee naar elkaar financiële en materiële zekerheid op langere termijn.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Parameters IHP
Onderdeel van Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen