De gemeente en de schoolbesturen zijn in zekere zin op zoek naar een ander exploitatieniveau. De gedachte hierachter is dat duurzamere gebouwen leiden tot een betere exploitatie en dat de schoolbesturen deze exploitatiemiddelen in kunnen brengen. Deze gedachte kunnen we op dit moment nog niet onderbouwen met harde cijfers; wel zien we dat nieuwe duurzame gebouwen tot veel lagere exploitatiekosten op bijvoorbeeld energie leiden. Het is nu echter nog te vroeg om hieraan conclusies te verbinden, omdat we nog geen zicht hebben op de kosten die op langere termijn aan de orde zijn, zoals de kosten van installaties. Daarom gaan we nu ook een onderzoek starten om inzichtelijk te maken welke exploitatievoordelen mogen worden verwacht en welk percentage cofinanciering op welke termijn kan worden verwacht. We streven daarbij naar een mate van cofinanciering die substantieel boven de landelijke benchmark ligt. Dit willen we bereiken door op kosteneffectieve wijze te investeren in kwalitatief hoogstaande en uiterst duurzame onderwijshuisvesting, waardoor binnen de exploitatie van de scholen voordelen ontstaan.
Een duurzamer gebouw vergt een hogere investering. De projecten die we gerealiseerd hebben in de jaren voorafgaand aan dit IHP maken duidelijk dat we met investeringsbedragen gebaseerd op de normkosten niet uit de voeten kunnen. Voor dergelijke bedragen is simpelweg geen geschikt gebouw te realiseren. De gemeente heeft daarom de afgelopen jaren voor investeringen in onderwijshuisvesting altijd extra geld beschikbaar gesteld. Hiermee hebben we vastgoed gerealiseerd dat voldoet aan de gemeentelijke duurzaamheidseisen (GPR).
In het proces om te komen tot dit IHP hebben de gemeente en de schoolbesturen het Haarlemmermeerse Kwaliteitsniveau opgesteld. Hierin hebben we onderwijskundige ontwikkelingen, duurzaamheid en andere zaken omgezet in ons eigen kwaliteitskader. Een gespecialiseerd bureau heeft dit kwaliteitskader vertaald in investeringskosten per vierkante meter.
Voor het PO, het SO en het VO hebben we op die manier bepaald wat een vierkante meter schoolgebouw aan investeringslasten met zich meebrengt. Op basis van deze cijfers hebben we het investeringsprogramma van dit IHP bepaald. Hierbij hebben we per project ook rekening gehouden met bijbehorende zaken zoals grondaankoop en de aanleg van parkeerplaatsen. Zogenaamde locatiegebonden kosten – dat zijn kosten die zeer specifiek met de te bebouwen locatie te maken hebben, zoals bijvoorbeeld geluidwerende maatregelen of het aanpassen van infrastructuur – zijn hierin niet meegenomen.
Een van de uitgangspunten van dit IHP is dat we in principe kiezen voor renovatie van het vastgoed. Doorgaans rekenen we voor renovatie de helft van de kosten van nieuwbouw. Dit is logisch: nieuwbouw vindt plaats voor een periode van veertig jaar, terwijl renovatie voor een periode van twintig jaar beoogd is. Ervaringscijfers van andere projecten in Nederland bevestigen dit overigens. Voor de gemeente betekent renovatie van onderwijshuisvesting op dit moment een minder grote investeringsnoodzaak: veel gebouwen stammen uit de jaren ’70 en ’80 en zouden qua levensduur voor nieuwbouw in aanmerking komen. Door in principe te kiezen voor renoveren is het niveau van investeringen lager.
Het gezamenlijk optrekken van gemeente en schoolbesturen betekent ook dat de schoolbesturen bijdragen aan de investeringen. De schoolbesturen hebben voor hun gebouwen een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). Hierin zetten zij alle onderhoudsverplichtingen op een rij. Uit deze middelen draagt het bestuur de MI-middelen die in een MJOP zijn geraamd voor de periode tien jaar voor en vijf jaar na het moment van de maatregel. De gedachte hierachter is dat het onderhoud van de tien jaar voor de ingreep uit te stellen is tot het moment van ingrijpen. En dat in de vijf jaar na de ingreep onderhoud slechts minimaal is. Op deze bedragen houden de schoolbesturen 10% achter als ‘stroppenpot’, voor onderhoud dat onafwendbaar is (zoals een lekkage).
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Financiële uitgangspunten
Onderdeel van Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen