Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10 › Paragraaf 10.4

Artikel 10.4.1

Kosten

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2022

Het college neemt de volgende kosten in ieder geval mee in de overwegingen: De huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten van de reeds bewoonde woning; de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe beschikbare woning. Op basis van de kostenafweging kan het college besluiten om het primaat niet toe te passen maar de huidige woning aan te passen. Voor de cliënt die in dat geval toch gaat verhuizen, wordt geen financiële tegemoetkoming verhuiskosten en/of inrichtingskosten verstrekt. Ad a. Het kan voorkomen dat de cliënt weliswaar op een relatief eenvoudige woningaanpassing en/of traplift is aangewezen. Maar dat het, gelet op de aard en prognose van de beperkingen, voor de hand ligt dat er op korte of middellange termijn nog een woningaanpassing en/of een traplift nodig zal zijn. Onder een middellange termijn wordt een periode van twaalf maanden verstaan. Zeker wanneer aannemelijk is dat hier hoge kosten aan verbonden zijn of de woning zelfs niet meer geschikt zal zijn omdat deze niet kan worden aangepast. Het college zal moeten beoordelen of de aangewezen woningaanpassing en/of traplift wel langdurig als passende bijdrage kan worden aangemerkt. Dit uitgangspunt sluit aan bij het principe van de wet dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven (wonen). Ad. b Het kan bijvoorbeeld zijn dat in de nieuwe beschikbare en op dat moment meest geschikte woning ook weer een aangepaste keuken of stalling voor de vervoersvoorziening moet worden gerealiseerd. Verder kan ook de beoordeling van het verstrekken van een losse woonunit aan de huidige woning aan de orde zijn als dat als goedkoopst passende bijdrage kan worden aangemerkt. Het ligt echter niet voor de hand omdat deze kosten vaak hoger zijn dan de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning. Bij de aanvraag om een traplift kan dat anders liggen.

Rechtspraak bij dit artikel