Het spreekt voor zich dat de ondersteuning gericht moet zijn op de cliënt, met zijn belangen en wensen als uitgangspunt. Dit uitgangspunt kan daarom ook te maken hebben met de samenwerking tussen de budgethouder (cliënt) en de ondersteuner. Gaat het om derden die in dienst zijn bij een professionele organisatie of als ZZP-er werkzaam zijn, dan zijn kwaliteit en cliëntgerichtheid onderdeel van de professionele standaarden die gelden binnen de beroepsgroep.
Kwaliteit: aangewezen op professionele ondersteuning
Uit de noodzaak van de maatwerkvoorziening in natura zal doorgaans blijken of de cliënt -gelet op de problematiek- aangewezen is op professionele ondersteuning. Dat wil zeggen dat aan de ondersteuning specialistische eisen verbonden kunnen zijn die (alleen) een beroepskracht kan bieden. Denk in dit geval ook aan de noodzaak van voldoende professionele distantie. Wanneer het college dat heeft vastgesteld, kan de ondersteuning niet worden geboden door een persoon uit het sociaal netwerk. Het college hoeft in die gevallen niet meer te beoordelen of de persoon uit het sociaal netwerk aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden voldoet aan de kwaliteitseisen. De budgethouder zal dan een door het college goed te keuren professionele ondersteuner moeten inschakelen. Lukt dat niet, dan weigert het college het pgb en zal een maatwerkvoorziening in natura worden verstrekt.
Kwaliteit: besteding pgb sociaal netwerk
Het college beoordeelt in ieder geval of:
de cliënt zijn keus om de betreffende persoon uit het sociaal netwerk in te schakelen voldoende kan motiveren (zie ook bij pgb-vaardigheid).
de persoon uit het sociale netwerk op geen enkele wijze druk uitoefent op de cliënt bij de besluitvorming. Dat wil zeggen de cliënt mag niet door deze persoon worden beïnvloed (zie ook bij pgb-vaardigheid). Het ligt voor de hand dat het college een gesprek heeft met de cliënt zonder dat de betreffende persoon uit het sociale netwerk daarbij aanwezig is. Het college kan er voor zorgen dat de cliënt bij dat gesprek gebruik kan maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner.
de persoon uit het sociale netwerk in staat is om de noodzakelijke ondersteuning te bieden. En zo ja, waar blijkt dat uit?
voldoende aannemelijk dat de persoon aan wie het pgb wordt besteed niet overbelast is of dreigt te geraken.
de persoon uit het sociale netwerk de omvang/intensiteit van de ondersteuning wel kan bieden. Denk in dit geval aan de 40-urige werkweek die deze persoon heeft. Reguliere werkzaamheden, maar ook andere activiteiten kunnen daarbij een rol spelen.
de kwaliteit van de ondersteuning voldoende is gewaarborgd. Naar gelang de mate van beperkingen (kwetsbaarheid) van de cliënt zullen de kwaliteitseisen in het algemeen strenger mogen zijn.
voldoende professionele distantie aanwezig is. Dit kan een belangrijke rol spelen bij het bereiken van het resultaat. Zo kan te veel (emotionele) betrokkenheid van de persoon uit het sociale netwerk een negatief effect hebben op de relatie cliënt-ondersteuner. De cliënt kan daardoor ook (te) afhankelijk worden van de persoon uit het sociale netwerk.
Kwaliteit: besteding pgb professionele ondersteuner
Het kan gaan om een derde die in dienst is bij een professionele organisatie of als ZZP-er werkzaam is. Het college beoordeelt in ieder geval of:
de ondersteuning aansluit aan bij de vastgestelde beperkingen van de cliënt.
de ondersteuner beschikt over een relevante opleiding. De opleidingseis zal verschillen naar gelang de aard van de geïndiceerde ondersteuning.
de ondersteuner beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Deze verklaring mag in principe niet ouder zijn dan drie maanden voorafgaand aan de aanvang van de ondersteuning.
de ondersteuner de omvang/intensiteit van de ondersteuning kan bieden. Deze vraag zal zich voornamelijk voordoen bij ZZP-ers. Die zullen namelijk ook door andere budgethouders (cliënten) kunnen worden ingekocht. Denk in dit geval aan de 40-urige werkweek.
de beoogde ondersteuner niet al (te) lang betrokken is bij de budgethouder (cliënt), zijn gezin en/of personen uit het sociaal netwerk. Dat wil zeggen dat het college onderzoek doet naar de vraag of er nog wel sprake is van voldoende professionele distantie om het resultaat te bereiken. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit het ontbreken van voortuitgang in het behalen daarvan.
Kwaliteitseisen woningaanpassing en hulpmiddel
Het spreekt voor zich dat een woningaanpassing moet voldoen aan de vereiste kwaliteitseisen waaronder de veiligheid. Om die reden zal uit bijvoorbeeld een offerte een door het college goed te keuren Programma van Eisen moeten blijken. Woningaanpassingen zullen in dat kader in ieder geval moeten voldoen aan de eisen van het vigerende Bouwbesluit. Daarnaast kan het zijn dat in de bouwvergunning of de afwijking van het bestemmingsplan voorwaarden staan waar de woningaanpassing aan moet voldoen. Aan degene die de woningaanpassing zal gaan uitvoeren mag het college om voornoemde redenen dan ook kwaliteitseisen stellen. Bijvoorbeeld het beschikken over het BouwGarantKeurmerk. De kwaliteitseisen van een hulpmiddel zijn afhankelijk van het soort hulpmiddel en de daarvoor geldende eisen die gelden voor het door het college gecontracteerde aanbod.
Hoofdstuk 13 › Paragraaf 13.7
Artikel 13.7.3
Kwaliteit en cliëntgericht
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2022