Reikwijdte
Het kan voorkomen dat de cliënt die een beroep doet op de Wmo 2015 in aanmerking kan komen voor ondersteuning bij zijn arbeidsparticipatie op grond van de Participatiewet of van het UWV. In dat geval zal de cliënt een verzoek moeten indienen bij de betreffende organisatie. Ondersteuning in de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling valt niet binnen de reikwijdte van de Wmo 2015. Tijdens het onderzoek stelt het college vast of daar sprake van is. Daarbij wordt opgemerkt dat ondersteuning in de arbeidsparticipatie en een maatwerkvoorziening in de vorm van begeleiding of dagactiviteiten op grond van de Wmo 2015 samen kunnen gaan. Immers de cliënt kan nog steeds beperkingen ondervinden in de zelfredzaamheid of participatie.
Arbeidsvermogen
Ontvangt de cliënt een uitkering van het UWV dan is doorgaans door een arbeidsdeskundige vastgesteld of er sprake is van arbeidsvermogen of de cliënt dat kan ontwikkelen. Denk aan een uitkering op grond van: de Wajong of Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Dat komt, eenvoudig gezegd, neer op de vraag of iemand wel of niet kan werken. Dat wil zeggen: meer dan een bepaald percentage van de geldende verdiencapaciteit kunnen verdienen. De cliënt kan bij het UWV een aanvraag indienen voor ondersteuning bij zijn re-integratie. Voor de Wajong staan afspraken daarover in het werkplan (voor oude Wajong) of het participatieplan (Wajong 2010). Voorbeelden van trajecten voor bijvoorbeeld Wajongers zijn: Participatie-interventie, Bevorderen maatschappelijke deelname, Praktijk assessment of een Werkfit traject.
Mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
Artikel 2, eerste lid, van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet 2021 bepaalt wat onder mogelijkheden tot arbeidsparticipatie wordt verstaan. Iemand heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als die persoon:
een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
over basale werknemersvaardigheden beschikt;
aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; en
ten minste vier uur per dag belastbaar is of ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
In de Regeling loonkostensubsidie Participatiewet 2021 zijn nadere regels opgenomen voor de landelijk uniforme loonwaardebepaling in het kader van de Participatiewet.
Doelgroepregister
In het kader van de arbeidsparticipatie is het bijvoorbeeld van belang om te weten of de cliënt is opgenomen in het doelgroepregister. Dat is een register waarin mensen staan die vallen onder de doelgroep van de banenafspraak. De banenafspraak is een afspraak tussen het kabinet en werkgevers om te zorgen voor extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit zijn mensen die moeilijk werk vinden of behouden door bijvoorbeeld een ziekte of handicap. Het UWV beheert het doelgroepregister. De volgende personen vallen in het doelgroepregister:
die onder de doelgroep van de Participatiewet valt en waarvan is vastgesteld dat die persoon niet zelfstandig het minimumloon kan verdienen.
die zelf bij het UWV een beoordeling arbeidsvermogen of werken met een voorziening heeft aangevraagd.
die een WSW-indicatie (Wet Sociale Werkvoorziening) heeft of had.
die een oude Wajong of Wajong 2010 uitkering ontving en die kan werken.
die een WIW-baan (voormalige Wet inschakeling werkzoekenden) of een ID-baan (voormalig Besluit in- en doorstroombanen) had of heeft.
schoolverlaters van het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en het praktijkonderwijs (pro) die zich schriftelijk hebben aangemeld bij UWV.
die alleen met een voorziening (hulp, hulpmiddelen en regelingen) het wettelijk minimumloon kunnen verdienen.
Ontwikkelingsperspectief leerlingen so en vso
Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs moeten een ontwikkelingsperspectief voor leerlingen vaststellen. In dit plan staat in het speciaal onderwijs de verwachte uitstroombestemming van de leerling: type vo of uitstroomprofiel vso en in het vso de verwachte uitstroombestemming (dagbesteding, arbeidsmarktgericht of vervolgonderwijs). De school stelt het ontwikkelingsperspectief vast met de ouders.
Doelgroep Participatiewet
Wie onder de doelgroep van de Participatiewet valt staat in artikel 7, eerste onder a, van de Participatiewet. Dat wil zeggen dat het college verantwoordelijk is voor ondersteuning richting werk door het aanbieden van een voorziening als iemand daarop is aangewezen. Bij de keuze van zo’n aanbod heeft het college een ruime beoordelingsvrijheid.
Geen ontheffing
Cliënten met een uitkering op grond van de Participatiewet kunnen niet ontheven worden van de verplichting om een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling te accepteren (art. 9, tweede lid, van de Participatiewet).
Voorzieningen gericht op arbeidsparticipatie
Op grond van de Participatiewet zijn verschillende voorzieningen mogelijk. Bijvoorbeeld:
Loonkostensubsidie,
Jobcoach,
Werken met behoud van uitkering,
Proefplaatsing,
Participatievoorziening beschut werk,
Ondersteuning bij leer-werktrajecten,
Scholing,
Traject gericht op arbeidsparticipatie.
Dit is geen limitatieve opsomming.
Het onderzoek
Tijdens het onderzoek door het college komt ook de mogelijke samenwerking aan bod met andere partijen (art. 2.3.2, vierde lid onder f, van de wet). Bijvoorbeeld de medewerker van de gemeente Urk zelf in het kader van de uitvoering van de Participatiewet of een arbeidsdeskundige van het UWV.
Aanspraak ondersteuning arbeidsparticipatie
Valt de cliënt namelijk onder de doelgroep van de Participatiewet of het UWV, dan kan samenwerking maar ook afstemming van de bijvoorbeeld te verstrekken begeleiding of dagactiviteiten arbeidsmatig op grond van de wet zijn aangewezen (art. 2.3.5, vijfde lid, van de wet).
Verklaring arbeidsdeskundige
Het kan voorkomen dat de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie dusdanig zijn dat de cliënt weliswaar beschikt over arbeidsvermogen (verdiencapaciteit heeft) maar een traject tot arbeidsparticipatie nog geen kans van slagen heeft. De problematiek in de zin van de Wmo kan daar bijvoorbeeld aan in de weg staan. Op basis van de verklaring van een (arbeids)deskundige kan het college toch tijdelijk dagactiviteiten arbeidsmatig verstrekken.