Het leren van de taal en de daarbij behorende leerroutes moeten als doel hebben om inburgeraars zo snel mogelijk naar werk of naar school te begeleiden. Het in de wet nagestreefd taalniveau wordt verhoogd naar B1. Uiteindelijk is het doel dat inburgeraars duurzaam uitstromen. Er zal op individueel niveau gekeken moeten worden wat de juiste route is. Dit kan afhangen van de leerbaarheid maar ook van de positie van de inburgeraar. We gaan daarbij uit van de intrinsieke motivatie van de statushouder, maar het einddoel moet wel reëel zijn. Wanneer de leerroute of het einddoel niet passend of reëel is, leggen we uit waarom dit zo is en waarom er een andere route wordt gevolgd of doel wordt nagestreefd. We bekijken wel met de statushouder of en hoe hij op een later moment alsnog bij zijn (op dit moment niet realistische) einddoel kan uitkomen.
Wat gaan we daarvoor doen?
Alle inburgeraars worden zo spoedig mogelijk in een passende leerroute geplaatst. Daarbij is taalniveau B1 het uitgangspunt maar dit hangt ook af van de leerbaarheid. De passende leerroute hangt af van individuele omstandigheden.
Alle inburgeraars moeten op een zo hoog mogelijk niveau participeren in de samenleving. Daarbij is werk het uiteindelijke doel. Wanneer werk geen optie is, wordt er op alternatieve wijze geparticipeerd.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.3
Verhoging van de taal-eis naar B1 en leerroutes
Onderdeel van Beleidsplan Inburgering ‘iedereen doet mee!’