Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 8

Verlaging

Onderdeel van Beleidsregels Wet taaleis 2016 Someren

Wanneer belanghebbende niet binnen een maand na de kennisgeving als bedoeld in artikel 5, tweede lid een aanvang maakt met het volgen van een taaitraject of daarin naar het oordeel van het college onvoldoende voortgang boekt, gaat het college middels een herzieningsbeschikking over tot het daadwerkelijk verlagen van de uitkering met 20%. Basis is de oorspronkelijke taaltoets. Alvorens kan worden besloten tot het toepassen van een verdere verlaging van 40% na zes maanden onderscheidenlijk 100% na 12 maanden na de eerste kennisgeving, dient belanghebbende een taaltoets af te worden genomen. Alleen wanneer uit de taaltoets blijkt dat belanghebbende Nederlandse taal onvoldoende beheerst kan tot verdere verlaging worden overgegaan. Een weigering tot het afleggen van een taaltoets wordt gelijkgesteld aan het niet slagen voor de taaltoets. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. De periode van 6 maanden en 12 maanden neemt een aanvang vanaf het moment van de schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 5, tweede lid. Als de uitkering van de belanghebbende is verlaagd op grond van het gestelde in lid 1 of lid 2,-en de belanghebbende aantoont weer voldoende inspanningen verricht om op het gewenste taalniveau te komen, kan het college dit zien als omstandigheden van de belanghebbende als bedoeld in artikel 18b, zevende lid. Participatiewet en de verlaging stopzetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel