Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:10

Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg of op andere openbare plaatsen in strijd met de publieke functie van die weg of plaats

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Beuningen 2022

1. Het is verboden: a. een openbare plaats of een gedeelte ervan anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: 1° het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; 2° het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. kabels of snoeren ten behoeve van het laden van elektrische motorvoertuigen, dan wel daartoe bestemde kabelgoten, beschermmatten of overige toebehoren op, over of boven een openbare plaats te leggen of te houden, met uitzondering van het leggen of houden van kabels of snoeren ten behoeve van het laden van elektrische motorvoertuigen op, over of boven voetpaden waarbij deze zijn afgedekt met daartoe bestemde kabelgoten of beschermmatten. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen. 3. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4. Het bevoegd orgaan kan nadere regels stellen ten aanzien van het in het eerste lid gestelde verbod. 5. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; c. terrassen die onderdeel uitmaken van de exploitatievergunning van artikel 2:28 APV of de Drank- en Horecavergunning van artikel 3 lid 1 van de Alcoholwet. 6. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet of de Omgevingsverordening Gelderland. 7. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel