Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.10

Vrijstelling vergunningplicht

Onderdeel van Horecabeleid gemeente Wijk bij Duurstede

Daarnaast is er een categorie openbare inrichtingen waarbij de burgemeester op verzoek of ambtshalve vrijstelling kan verlenen van de vergunningplicht. Dit is van toepassing voor openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn op grond van artikel 1 van de Alcoholwet, en dus in het bezit van een alcoholwetvergunning. De zogenaamde ‘natte horeca’. Wanneer deze bedrijven in de afgelopen 6 maanden geen ernstige overlast hebben gegeven, kan de burgemeester een vrijstelling verlenen van de vergunningplicht. Dit is vastgelegd in de APV. De horeca-exploitatievergunning fungeert bij dit systeem alleen als stok achter de deur voor de natte horecabedrijven die ernstige overlast geven. Tegen de verlening van een vrijstelling staat bezwaar en beroep open. De burgemeester kan de vrijstelling ambtshalve verlenen. Daardoor hoeft de vergunninghouder de vrijstelling niet aan te vragen. Geeft een openbare inrichting toch ernstige overlast, dan is het mogelijk de vrijstelling in te trekken. Het bedrijf heeft dan alsnog een vergunning nodig en moet die ook aanvragen. Openbare inrichtingen die zich nieuw in de gemeente willen vestigen krijgen in beginsel dus het vertrouwen. Ze ontvangen een vrijstelling voor een proefperiode van 6 maanden, wat is gerelateerd aan de periode zoals aangegeven in de APV. Als het bedrijf in die periode geen ernstige overlast veroorzaakt, kan het dezelfde permanente vrijstelling krijgen als de andere aanwezige bedrijven. Als het bedrijf wel overlast veroorzaakt valt het alsnog onder de vergunningplicht. De vrijstelling van de vergunningplicht is ook van toepassing voor een terras van het bedrijf waarvoor de vrijstelling van toepassing is, omdat een terras onderdeel is van de inrichting. Omdat het bestuursorgaan aan een vrijstelling geen voorschriften kan verbinden zijn voor de terrassen die daar onder vallen voor het plaatsen alleen de bepalingen in de beleidsregels voor terrassen van toepassing. Wanneer de gemeente een vrijstelling voor deze terrassen niet wenselijk vindt dan kan de APV hierop worden aangepast met een bepaling, waardoor er bijvoorbeeld alleen voor het terras een vergunningplicht geldt. Alcohol De Alcoholwet is een belangrijke wet voor de horeca. Het reguleert de distributie van alcoholhoudende drank onder het publiek. De wet is ervoor om de verkoop van alcohol op een verantwoorde manier te laten plaatsvinden. Het richt zich met name op de verkopers (verstrekkers) van alcohol in horeca, sportkantines en slijtersbedrijven. Het toezicht op de naleving ligt bij de gemeente. De wet maakt onderscheid tussen een: Horecabedrijf Bedrijf waar bedrijfsmatig of anders dan om niet (tegen betaling) alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt. Slijtersbedrijf Bedrijf dat bedrijfsmatig of anders dan om niet (tegen betaling) alcoholhoudende drank verstrekt aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse. Paracommerciële rechtspersoon Een rechtspersoon, geen NV of BV, met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf. Bijvoorbeeld een buurthuis, sportclub, welzijnsinstelling Paragraaf 5.3 vertelt meer over de vergunningplicht voor paracommerciële rechtspersonen en de activiteiten die ze mogen organiseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel