De exploitatievergunning is, op grond van de APV, in de basis een vergunning die het woon- en leefklimaat moet beschermen. Een vergunningstelsel maakt het mogelijk vooraf te toetsen of de exploitatie van een openbare inrichting niet botst met het woon- en leefklimaat en de openbare orde op een locatie. Ook maakt een stelsel het mogelijk om voorschriften op te nemen in een vergunning, om in de praktijk overlast zoveel als mogelijk te voorkomen of te beperken.
Bij de preventieve toets is het dus niet alleen van belang te onderzoeken in welke mate van een bedrijf overlast te verwachten valt, maar ook of de komst van een bedrijf de leefbaarheid en het karakter van een buurt eventueel aantast.
Wat overlast precies is, is een moeilijk definieerbaar en vaak subjectief begrip. In de praktijk gaat het veelal om het gedrag van bezoekers in of bij een openbare inrichting of geluid.
Omdat een terras onderdeel is van de inrichting geldt dat voor zowel de locatie binnen als het terras buiten de woon- of leefsituatie in de omgeving niet negatief mag worden beïnvloed. Vanaf paragraaf 5.6 en in bijlage 4 wordt toegelicht op welke wijze de beoordeling plaatsvindt.
Het kan in de praktijk dus voorkomen dat de burgemeester een vergunning gedeeltelijk verleent. Bijvoorbeeld wel een exploitatievergunning, maar geen terras als onderdeel. Uiteraard moet op grond van de Algemene wet bestuursrecht hiervoor wel een goede motivering plaatsvinden.
Overigens is een horeca-exploitatievergunning in beginsel voor onbepaalde tijd geldig. Wanneer de burgemeester toch een tijdsduur wil verbinden aan de vergunning, dan is het alleen bij een dwingende reden van algemeen belang toegestaan een termijn te stellen. Een dergelijke stap moet ook goed zijn gemotiveerd.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.4
Vergunningstelsel
Onderdeel van Horecabeleid gemeente Wijk bij Duurstede