Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2

Artikel 2.2

Verantwoorde groepsrisicowaarde

Onderdeel van Beleidsregel Externe veiligheid Stationskwartier Zwijndrecht

De groepsrisicowaarde bedraagt voor het bestemmingsplan Stationskwartier 6.6 maal de oriëntatiewaarde. Deze waarde is inclusief de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. In de toelichting bij het bestemmingsplan het bestemmingsplan zijn de achtergronden van deze planinvulling gemotiveerd en wordt de verantwoording van het groepsrisico ingevuld. De onderhavige beleidsregels maken onderdeel uit van deze verantwoording. Een verantwoorde groepsrisicowaarde betekent geen hogere groepsrisicowaarde dan op grond van de functietoedeling en het toegekende bruto vloeroppervlak mogelijk is. Afwijken van de groepsrisicowaarde Het is denkbaar dat er situaties ontstaan waarin de groepsrisicowaarde van 6.6 wordt overschreden en waarvan die overschrijding ook te verantwoorden is doordat bijvoorbeeld aanvullende maatregelen worden getroffen. Omdat op voorhand niet alle mogelijke scenario’s voor een acceptabele overschrijding inclusief alle mogelijke maatregelen in beeld gebracht kunnen worden, is deze optie niet in het bestemmingsplan Stationskwartier, noch in deze beleidsregels mogelijk gemaakt. Wanneer er een initiatief is waarbij de groepsrisicowaarde van 6.6 wordt overschreden is een buitenplanse afwijkingsprocedure benodigd om deze ontwikkeling mogelijk te maken (afwijken van de groepsrisicowaarde, zoals geborgd in het bestemmingsplan inclusief beleidsregels) waarin het groepsrisico dient te worden verantwoord. Onderdeel daarvan is een pakket aan maatregelen om de nadelige gevolgen te verkleinen. Deze maatregelen moeten toegespitst zijn op het specifieke initiatief. In geval van een afwijking moet in ieder geval worden aangetoond dat voor wat betreft het bestemmingsplan Stationskwartier de groepsrisicowaarde niet significant toeneemt ten opzichte van de groepsrisicografiek waarop het bestemmingsplan is gebaseerd. Voor de beoordeling van een toename van de groepsrisicowaarde geldt daarnaast dat: moet zijn aangetoond dat geen alternatieve locatie mogelijk is; mag er geen sprake zijn van een zeer kwetsbaar object6Zeer kwetsbaar object zoals gedefinieerd in de begripsomschrijving bi de planregels.; moet de functie een toegevoegde waarde hebben voor het plangebied als geheel én de veiligheid in het plangebied (bijvoorbeeld door het bieden van schuilmogelijkheden of door afscherming van achterliggende functies). Deze opsomming is niet limitatief en kan vanwege locatie specifieke kenmerken worden uitgebreid per initiatief. Deze opsomming maakt dan ook geen deel uit van de beleidsregel maar is opgenomen om een zo volledig mogelijke scope te bieden voor het toepassen van de externe veiligheidsnormen voor de spoorzone bij nieuwe ontwikkelingen. Als een afwijkingsprocedure is doorlopen heeft dat gevolgen voor de groepsrisicowaarde voor de spoorzone. De groepsrisicowaarde van 6.6 is dan niet langer meer vanzelfsprekend. Als gevolg daarvan zal ook de Beleidsregels externe veiligheid; Stationskwartier moeten worden aangepast.

Rechtspraak bij dit artikel