Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3

Artikel 3.1.4

Afstand waarop geen glasmaatregelen meer nodig zijn

Onderdeel van Beleidsregel Externe veiligheid Stationskwartier Zwijndrecht

De afstand waarop geen glasmaatregelen meer nodig zijn hangt af van: de bescherming die het beoogde glas biedt (bijv. HR++); het glasoppervlak en de ruimte die zich achter het glas bevindt (de achterliggende ruimte). Bescherming in bijvoorbeeld een kelder is niet van belang in verband met het korte verblijf van personen); de mate van afscherming van het gebouw door een voorliggend gebouw. Voor de afstand waarop glasmaatregelen getroffen moeten worden zijn geen vaste uitgangspunten te geven. Of daarom binnen een afstand van 200 meter van het spoor geen glasmaatregelen meer nodig zijn, zal daarom per locatie en per ontwerp bepaald moeten worden. De initiatiefnemer moet op basis van de in de beleidsregels genoemde uitgangspunten aantonen dat: ter plaatse van de beglazing de overdruk minder bedraagt dan 10 kPa; het glas bij een incident geen scherfwerking in de achterliggende ruimte geeft; de achterliggende ruimte geen bescherming behoeft tegen scherfwerking omdat personen er zeer kortstondig verblijven (bijv. bergingen) en geen sprake is van een vluchtroute).

Rechtspraak bij dit artikel