Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3

Artikel 3.6

Organisatorische aspecten

Onderdeel van Beleidsregel Externe veiligheid Stationskwartier Zwijndrecht

Door het treffen van organisatorische maatregelen wordt sterk bevorderd dat bij een (dreigende) calamiteit met gevaarlijke stoffen de aanwezige personen het gewenste handelingsperspectief ten uitvoer brengen. De toepassing van organisatorische maatregelen is goed mogelijk indien een BHV (bedrijfshulpverlening)17Dit beleid ziet op het zo veel als mogelijk gesloten houden van de buitenschil (deuren dicht) en het juist zoveel mogelijk onderling verbinden van verblijfsruimten (deuren open) om binnengekomen gassen te verdunnen met het interne volume van het gebouw. Na het voorbij trekken van de gifwolk volgt de fase van maximaal ventileren. aanwezig is die: instructies samenvoegt met de andere taken (veiligheid binnen het gebouw); regelmatig oefent; waar nodig de faciliteiten en getroffen maatregelen in stand houdt. Om deze reden wordt via de beleidsregels aan BHV-organisaties in het plangebied de volgende verplichtingen opgelegd: De instructies van de BHV-organisatie moeten uitgebreid worden met instructies omtrent de volgende scenario’s: brand buiten het gebouw (op een afstand van 0 tot 50 meter); explosie (Bleve) buiten het gebouw (op een afstand van 30 tot 300 meter); gifwolk De instructies moet ingaan op: de organisatie, taakverdeling en onderlinge communicatie van de BHV bij dit type scenario’s; de wijze van communicatie met hulpdiensten; de criteria wanneer te vluchten dan wel te schuilen bij een (dreigend) incident; de wijze waarop aanwezigen in het gebouw geïnformeerd worden over de van hun verlangde handelswijze; de vluchtroutes die bij een (dreigend) incident met gevaarlijke stoffen beschikbaar zijn; de locaties van verzamelplaatsen buiten het gebouw die geschikt zijn om te verzamelen na een incident met gevaarlijke stoffen; de wijze waarop de mechanische ventilatie bij een brand- en gifwolkscenario wordt afgezet, ramen en deuren worden gesloten en de luchtcirculatie binnen het gebouw wordt geoptimaliseerd18Door het afschakelen van de mechanische ventilatie wordt voorkomen dat giftige stoffen geforceerd en in grote hoeveelheid een gebouw worden ingezogen.; het beleid bij buitendeuren om bij een incident personen naar binnen of buiten te laten gaan19Bij het openen van deuren kunnen gevaarlijke stoffen het gebouw versneld binnendringen.; de wijze van samenwerking met BHV-organisaties van naastliggende panden ten tijde van een (dreigende) calamiteit met gevaarlijke stoffen; het moment van activeren van de mechanische ventilatie na het incident met gevaarlijke stoffen en – indien de personen uit een gebouw geëvacueerd zijn – het moment van betreden en herstart van het gebruik van het gebouw door het personeel. De instructies moeten binnen drie maanden na ingebruikname van het gebouw, ter goedkeuring aan het bevoegd gezag worden overgelegd. Eventuele op- en aanmerkingen door het bevoegd gezag moeten binnen een maand zijn verwerkt, waarna de instructies geïmplementeerd moeten zijn. Burgemeester en wethouders kunnen de Veiligheidsregio om advies vragen ten aanzien van de beoordeling van de instructies.

Rechtspraak bij dit artikel