**1..** Na afloop van de inschrijvingstermijn besluit het college over het voornemen tot gunning.
**2..** Elke inschrijver ontvangt binnen 5 werkdagen na toezending van het voornemen tot gunning een individueel afschrift van het voornemen tot gunning en de daaronder liggende motivering op zijn inschrijving.
**3..** Indien een afgewezen inschrijver op basis van het voornemen tot gunning meent dat zij ten onrechte niet voor de gronduitgifte in aanmerking komt, dan kan zij dit uiterlijk binnen 20 kalenderdagen na toezending van het voornemen kenbaar maken door een kort geding aanhangig te maken bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg. De termijn van 20 dagen geldt als vervaltermijn. Indien niet tijdig en op de voorgeschreven wijze een kort geding aanhangig is gemaakt, vervalt elk recht van de inschrijver om tegen de beslissing bezwaar aan te tekenen dan wel een rechtsvordering in te stellen. Gedurende de periode dat er een kort geding aanhangig is, wordt niet tot gunning overgegaan.
**4..** Wordt er binnen de voornoemde termijn geen kort geding aanhangig gemaakt of oordeelt de voorzieningenrechter in kort geding dat het voornemen tot gunning rechtmatig is, dan staat het de gemeente vrij om met de partij waaraan de verkoop is gegund in overleg te treden met het oog op de totstandkoming van een schriftelijke overeenkomst en te besluiten omtrent de gunning.
**5..** Van aanvaarding door de gemeente van het aanbod van de partij waaraan de gemeente voornemens is grond uit te geven als bedoeld in artikel 6:217 BW is eerst sprake na ondertekening door partijen van de in lid 5 bedoelde overeenkomst door de daartoe bevoegde vertegenwoordigers van partijen (constitutief vereiste). Tot aan het moment van totstandkoming van deze overeenkomst staat het de gemeente vrij de procedure tot gronduitgifte af te breken.