De overheid stelt al sinds lange tijd regels aan het verstrekken van alcohol. De Drank- en Horecawet geeft de randvoorwaarden voor een verantwoorde distributie van alcohol. De hoofdpunten van de Drank- en Horecawet zijn de volgende:
De wet maakt een onderscheid tussen zwakalcoholhoudende drank (bier, wijn en gedistilleerde drank met minder dan 15% alcohol) en sterke drank (gedistilleerde drank met 15% alcohol of meer).
Horecagelegenheden waar alcohol wordt geschonken en verkopers van sterke drank moeten volgens de wet een vergunning hebben.
Verstrekkers van alcohol zijn verplicht te controleren of jongeren die drank willen kopen oud genoeg zijn (16 jaar voor zwakalcoholhoudende drank en 18 jaar voor sterke drank).
Verkoop van alcohol in tankstations en niet-levensmiddelenwinkels is niet toegestaan.
Sport- en andere kantines moeten huisregels hebben en barvrijwilligers moeten instructie krijgen over verstandig verstrekken.
De Voedsel en Waren Autoriteit houdt toezicht op de naleving van de wet. Voor de meeste overtredingen kunnen bestuurlijke boetes worden opgelegd.
Drank- en Horecavergunning
Vaak worden evenementen georganiseerd door horecaondernemers. Op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet is het verboden zonder daartoe strekkende vergunning van burgemeester en wethouders het horecabedrijf of slijterbedrijf uit te oefenen. Voor meer informatie omtrent de drank- en horecavergunning verwijzen wij u naar het horecabeleid Geldrop-Mierlo bruist!
Ontheffing
Wanneer u niet over een drank- en horecavergunning beschikt kan de burgemeester op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet ten aanzien van het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod om alcohol te schenken. Deze ontheffing moet u minstens 4 weken van te voren aanvragen bij de gemeente. De ontheffing kan verleend worden bij een in de beschikking aangewezen bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen, mits de verstrekking geschiedt onder onmiddellijke leiding van een persoon die voldoet aan de vereisten genoemd in artikel 8, tweede en vierde lid van de Drank- en Horecawet. Samengevat zijn dit de volgende eisen:
De persoon mag niet onder curatele staan.
De persoon mag niet uit de ouderlijke macht ontzet zijn.
De persoon mag niet uit de voogdij ontzet zijn.
De persoon mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.
De persoon moet minimaal 21 jaar oud zijn.
De persoon moet in bezit zijn van een verklaring sociale hygiëne.
Bij het verlenen van een artikel 35 ontheffing wordt aan deze criteria getoetst. Deze persoon moet op de ontheffing worden vermeld en moet tijdens het schenken van drank aanwezig zijn. Bij omvangrijke evenementen stellen wij de eis dat per tappunt een persoon aanwezig is die voldoet aan artikel 8 van de Drank- en Horecawet. De intrekkingsgronden genoemd in artikel 31 van de Drank- en Horecawet, eerste lid, onder a en d, zijn ook van toepassing op een ontheffing.
Aan deze ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. De volgende bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen wij opnemen in de ontheffing:
Op duidelijke, leesbare en zichtbare wijze wordt kennis gegeven aan het publiek dat aan personen beneden de leeftijd van 16 jaar geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt.
Geen personen beneden de leeftijd van 16 jaar zijn aan het werk voor de verstrekking van
alcoholhoudende dranken.
Personen die kennelijk onder de invloed zijn van alcoholische dranken of die door hun gedrag aanstoot geven worden geweerd.
Voor het publiek zijn steeds alcoholvrije dranken aanwezig.
De artikel 35 ontheffing is tijdens de verstrekking aanwezig.
Ter plaatse van verstrekking is geen sterke drank aanwezig.
De ruimte wordt goed verlicht en geventileerd zo lang er publiek aanwezig is. Ook wordt ervoor gezorgd dat de ruimte van alle kanten goed te overzien is.
Tijdens de ontheffing wordt alleen bier verstrekt in plastic bekers. Het gebruik van glas is niet toegestaan (bij vergunningsplichtige evenementen).
In bepaalde gevallen zal een artikel 35 ontheffing niet worden toegestaan. Hiervoor zijn een aantal richtlijnen opgesteld. Buiten deze richtlijnen kunnen zich altijd bijzondere omstandigheden voordoen om niet tot het verlenen van een ontheffing over te gaan. De richtlijnen voor het weigeren van een ontheffing zijn als volgt:
Gevaar openbare orde:
Bij het bepalen of een ontheffing op grond van artikel 35 mogelijk is zal de burgemeester eerst bekijken of er sprake is van mogelijk gevaar voor de openbare orde. Wanneer er sprake kan zijn van mogelijk gevaar voor de openbare orde en de veiligheid dan zal geen ontheffing worden verleend. Het begrip gevaar moet breed worden geïnterpreteerd. Brandgevaar kan een criterium zijn. Maar ook wanneer er voor opstootjes wordt gevreesd kan dit een reden zijn om de ontheffing niet te verlenen. Ook kan worden gedacht aan geluidsoverlast. Dit wordt vaak bekeken in combinatie met het evenement dat is gekoppeld aan de aanvraag voor een ontheffing.
Jongeren:
Wanneer activiteiten op jongeren zijn gericht wordt geen artikel 35 ontheffing verleend. Wanneer wij spreken over een jongere gaan wij uit van een jongere tot 16 jaar. De gemeente wil het alcoholgebruik onder jongeren terugdringen. Het toestaan van verkoop van alcohol tijdens jongerenevenementen past niet binnen deze beleidslijn. Daarom zal een artikel 35 Drank- en Horecawet ontheffing in deze gevallen niet worden verleend. Er zijn ook activiteiten die gedeeltelijk op jongeren gericht zijn. Deze kunnen wel in aanmerking komen voor een artikel 35 Drank- en Horecawet ontheffing. Dit zal per geval worden beoordeeld. Wanneer het grootste deel van de doelgroep bestaat uit jongeren tot 16 jaar, dan zal de ontheffing niet worden verleend. Wanneer de activiteit is gericht op een gemengd publiek waar ook jongeren deel van uitmaken dan kan eventueel wel een ontheffing verleend worden.
In het verlengde hiervan zijn wij ook van mening dat bij activiteiten op scholen zeer terughoudend moet worden omgegaan met het verstrekken van een ontheffing. Activiteiten op scholen zijn namelijk al snel op jongeren gericht. Alleen als een school kan aantonen dat de activiteiten niet zijn gericht op jongeren, bijvoorbeeld bij een reünie, kan een ontheffing op grond van artikel 35 Drank- en Horecawet worden verleend. Ook in deze gevallen wordt een leeftijdsgrens van 16 jaar gehanteerd.
In het geval een artikel 35 Drank- en Horecawet ontheffing is gekoppeld aan een sporttoernooi of een verenigingsactiviteit dan wordt ook gekeken naar de doelgroep. Wanneer het een jeugdtoernooi betreft dan wordt een artikel 35 ontheffing niet verleend. Dit geldt voor verenigingsactiviteiten die gericht zijn op jongeren tot 16 jaar.
Voor het verstrekken van sterk alcoholische dranken wordt geen ontheffing afgegeven. Sterke drank mag alleen verkocht worden met een drank- en horecavergunning in een horeca-inrichting.
Meer informatie over het aanvragen van een ontheffing kunt u vinden op de website van de gemeente of bij de afdeling Bestuurszaken en Veiligheid, telefoonnummer 040-2893842.
Alcohol en jongeren
In artikel 20 van de Drank- en Horecawet zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot alcohol en jongeren. De Voedsel en Warenautoriteit is belast met het toezicht op de naleving van o.a. de Drank- en Horecawet. De dienst controleert het verbod op het schenken van alcohol aan jongeren onder de 16 jaar en het verbod op het schenken van sterke drank aan jongeren onder 18 jaar (legitimatie). Primair ligt de verantwoordelijkheid bij de klant zelf en zijn of haar ouders maar ook bij de organisator van het evenement.
Voor de gemeente ligt er voor wat betreft jeugd en alcohol vooral een rol in de preventie. De gemeente neemt onder andere in regionaal verband deel aan het project “Laat je niet flessen”. Ook speelt de gemeente een rol via vergunningverlening en het jongerenwerk en voorlichting op scholen. In het horecabeleid Geldrop-Mierlo bruist! wordt hier verder op ingegaan. Ook wordt hierin aangegeven welk beleid wij hanteren.
Paracommercie
Van paracommercie is sprake als een vorm van oneerlijke concurrentie ontstaat door stichtingen en verenigingen die buiten hun hoofddoelstelling om horecadiensten aanbieden aan het publiek, waarbij gebruik gemaakt wordt van directe of indirecte voordelen zoals subsidiëring, fiscale vrijstellingen of het werken met vrijwilligers.
De organisator is er verantwoordelijk voor dat er geen paracommerciële activiteiten plaatsvinden tijdens het evenement wanneer de vergunning eenmaal verleend is. Daarnaast houdt de gemeente in het algemeen in de gaten dat er geen paracommerciële activiteiten plaatsvinden in de gemeente. Dit staat los van het feit of er wel of niet een evenementenvergunning is afgegeven.
Artikel 4 lid 1 van de Drank- en Horecawet bepaalt dat burgemeester en wethouders één of meer voorschriften of beperkingen kan verbinden aan de horecavergunning van zogenaamde paracommerciële instellingen. Deze zijn nodig om mededinging door het verstrekken van alcoholhoudende drank te voorkomen wanneer dit uit het oogpunt van ordelijk economisch verkeer onwenselijk is. De bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen echter op geen andere onderwerpen betrekking hebben dan op:
de in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;
het openlijk aanprijzen van de mogelijkheid tot het houden van dergelijke bijeenkomsten;
de tijden gedurende welke in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank wordt verstrekt.
Een aantal stichtingen en verenigingen in Geldrop-Mierlo verstrekt alcoholhoudende drank als nevenactiviteit. De inkomsten die gegenereerd worden uit de aangeboden horecadiensten zijn een extra bron van inkomsten. Gezocht moet worden naar een goede balans zodat ongewenste concurrentie wordt voorkomen maar er wel mogelijkheden liggen om de kas te versterken. De activiteiten moeten vallen binnen de doelstelling van de vereniging/stichting. Zowel de horeca als het verenigingsleven vervult een belangrijke functie voor de leefbaarheid van de kern. Bescherming van reguliere horeca tegen ongewenste concurrentie is grotendeels te voorkomen door preventief de voorschriften en beperkingen opgenomen in de vergunning te verduidelijken.
Op locaal niveau is het paracommercieel beleid nader uitgewerkt. Hiervoor verwijzen wij naar het horecabeleid Geldrop-Mierlo bruist!
Wijzigingsvoorstel Drank- en Horecawet
In juli 2009 is het wijzigingsvoorstel Drank- en Horecawet naar de Tweede Kamer verzonden. In dit voorstel is een aantal voornemens uit de Hoofdlijnenbrief Alcoholbeleid verder uitgewerkt. Daarnaast worden er maatregelen getroffen om de administratieve lasten voor ondernemers en vrijwilligers terug te dringen. Als het voorstel wordt aangenomen zal dit dus gevolgen hebben voor onze gemeente. De hoofdpunten van dit wijzigingsvoorstel zijn de volgende:
Jongeren onder de 16 jaar worden strafbaar gesteld als ze alcohol in bezit hebben op de openbare weg.
Supermarkten en andere detailhandelaren die binnen één jaar drie keer betrapt worden op het verkopen van alcohol aan jongeren onder de leeftijdsgrens mogen tijdelijk helemaal geen alcoholhoudende drank meer verkopen.
Bij wijze van proef mag een aantal gemeenten gaan experimenteren met een leeftijdsgrens van 18 jaar.
Het toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet gaat over naar de gemeenten.
Gemeenten krijgen de mogelijkheid om een toegangsleeftijd te koppelen aan de horecasluitingstijd.
Gemeenten wordt het toegestaan de toepassing van happy hours en prijsacties te beperken.
Gemeenten gaan de alcoholverstrekking in sport- en andere kantines bij verordening reguleren.
Het vergunningstelsel wordt vereenvoudigd. Zo hoeft een ondernemer een nieuwe
leidinggevende slechts te melden en geen nieuwe Drank- en Horecavergunning meer aan te vragen.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.
Artikel 3.1.1.
Drank- en Horecawet
Onderdeel van Evenementenbeleid Gemeente Geldrop-Mierlo