Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Verzoek om ambtelijke bijstand

Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand Haarlem 2022

1.. Een raadslid kan bij de griffier een verzoek indienen om ambtelijke bijstand. Het raadslid onderbouwt het verzoek met een omschrijving van de gevraagde expertise of specialistische kennis en met een inschatting van de benodigde tijd om aan het verzoek te voldoen. 2.. De griffier verzoekt de secretaris om een of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde ambtelijke bijstand kunnen verlenen. De secretaris beoordeelt of het verzoek is onderbouwd met een omschrijving van de gevraagde expertise of specialistische kennis en met een inschatting van de benodigde tijd om aan het verzoek te voldoen. Voor zover dat naar het oordeel van de secretaris nodig is, treedt hij in overleg met de griffier om te komen tot aanvulling van het verzoek. 3.. De secretaris bericht de griffier binnen één week na ontvangst van het verzoek, dan wel binnen één week na ontvangst van de noodzakelijk aanvulling van het verzoek, of en zo ja op welke wijze aan het verzoek wordt tegemoet gekomen. De secretaris kan deze termijn met redenen omkleed met eenmaal één week verlengen. 4.. De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als: naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden; of het verlenen van de gevraagde ambtelijke bijstand naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden; of het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd. 5.. Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en de burgemeester.

Rechtspraak bij dit artikel