Naar hoofdinhoud
1.. Op grond van afdeling 5.3.1, last onder bestuursdwang, Awb heeft de gemeente de bevoegdheid om middels de toepassing van bestuursdwang verkeerd gestalde (brom)fietsen en wees(brom)fietsen te verwijderen. 2.. Om te kunnen constateren welke (brom)fietsen de maximale parkeertermijn van vier weken voor wees(brom)fietsen hebben overschreden, worden de (brom)fietsen voorzien van een label met daarop aangegeven de datum van het aanbrengen van het label. 3.. Voordat tot verwijdering van (brom)fietsen wordt overgegaan dient door een toezichthouder een schriftelijke beschikking tot toepassing van bestuursdwang opgesteld te worden. 4.. Tussen het aanbrengen van het label als bedoeld in lid 2 aan een wees(brom)fiets en het geven van een schriftelijke beschikking als bedoeld in lid 3, zit een periode van minimaal vier weken. 5.. In het geval van een wees(brom)fiets of een verkeerd gestalde (brom)fiets is het niet mogelijk om de beschikking in persoon aan de overtreder uit te rijken. Daarom wordt de beschikking in de vorm van een weerbestendige sticker of label aan de (brom)fiets bevestigd. 6.. In de beschikking bedoel in lid 3 wordt het volgende vermeld: de geconstateerde overtreding; de datum en het tijdstip van overtreding; een verwijzing naar de wettelijke grondslag en deze beleidsregels; de begunstigingstermijn; de mogelijkheid om bezwaar te maken. 7.. Voordat tot verwijdering van verkeerd geparkeerde (brom)fietsen en wees(brom)fietsen wordt overgegaan, wordt de overtreder een begunstigingstermijn ex artikel 5:24 Awb gegeven om nog zelf zijn/haar (brom)fiets te verwijderen. Deze begunstigingstermijn bedraagt voor een verkeerd geparkeerde (brom)fiets één dag en voor een wees(brom)fiets twee dagen. 8.. (Brom)fietsen worden middels een last onder bestuursdwang verwijderd voor risico van de eigenaar van de (brom)fiets. De verwijdering van een (brom)fiets vindt plaats op een wijze, die geen dan wel zo weinig mogelijk schade aan de (brom)fiets veroorzaakt. 9.. De kosten van de verwijdering (bestuursdwang), zijnde een bedrag van €25, worden op de eigenaar van de verwijderde (brom)fiets verhaald. 10.. In het geval van spoed kan een verkeerd gestalde (brom)fiets per direct worden verwijderd. Deze bevoegdheid wordt ontleend uit artikel 5:31 Awb. Het direct verwijderen van een verkeerd gestalde (brom)fiets kan enkel en alleen indien de situatie zo spoedeisend is, dat niet gewerkt kan worden met het geven van een schriftelijke beschikking met begunstigingstermijn zoals bedoeld in lid 7 . 11.. Van een spoedeisend geval is sprake wanneer een (brom)fiets op een wijze is geplaatst die tot gevaarlijke situaties kan leiden en/of de doorgang ernstig wordt gehinderd. Daarvan is in ieder geval sprake indien een (brom)fiets geparkeerd staat voor een (nood)uitgang, brandkraan of op een blindegeleidestrook.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel