Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Aanmaning, dwangbevel, beslag en verrekening

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering en verhaal

1.. Indien de belanghebbende niet tot betaling van de vordering overgaat dan wel niet bereid is tot het treffen van een minnelijke betalingsregeling, of een eerder opgelegde of overeengekomen aflossingsverplichting niet meer nakomt, dan ontvangt belanghebbende 8 weken na verzending van het terugvorderingsbesluit een herinnering. 2.. 4 weken na verzending van de herinnering volgt een aanmaning. 3.. In de aanmaning(en) wordt de termijn van betaling gesteld op 2 weken. De termijn van 2 weken gaat in op de dag na de dag waarop de aanmaning is verzonden. 4.. Indien belanghebbende ook na de aanmaning(en) in gebreke blijft tot tijdige en volledige betaling, vaardigt het college een dwangbevel uit. Na verzending wordt het dwangbevel middels beslaglegging ten uitvoer gelegd indien niet binnen de gestelde termijn tot betaling is overgegaan. De voorschriften ingevolge de Awb en het wetboek van Burgerlijke rechtsvordering worden in acht genomen. 5.. Indien het college, ingevolge artikel 60 lid 3 en 4 Pw, 28 lid 2 IOAW of artikel 28 lid 2 IOAZ, de bevoegdheid heeft tot verrekening van de vordering met een lopende uitkering of inkomensvoorziening ingevolge de Pw, IOAW of IOAZ, dan maakt het college gebruik van deze bevoegdheid. Ingevolge artikel 4:93 Awb wordt belanghebbende in kennis gesteld van de verrekening met de uitkering onder vermelding van de hoogte van het bedrag van de verrekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel