Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 16

(Gedeeltelijke) kwijtschelding anders dan bij schuldregeling

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering en verhaal

1.. Het college kan op verzoek van belanghebbende overgaan tot kwijtschelding van het restant van de vordering als de belanghebbende: voorafgaand aan het verzoek minimaal 60 maanden op de betreffende vordering heeft afgelost conform de aflossingsverplichting en tenminste 50% van de totale vordering heeft betaald; of gedurende 60 maanden niet volledig aan de aflossingsverplichting heeft voldaan maar het achterstallige bedrag over díe periode alsnog heeft betaald en tenminste 50% van de totale vordering heeft betaald; of een bedrag, overeenkomend met tenminste 50% van de totale vordering, in één keer aflost en het niet aannemelijk is dat reguliere incasso een hoger bedrag oplevert dan de afkoopsom. 2.. In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan het college op verzoek van belanghebbende overgaan tot kwijtschelding van het restant van de vordering, welke is ontstaan als gevolg van het niet, niet tijdig of niet volledig voldoen aan de inlichtingenplicht, over indien de belanghebbende: voorafgaand aan het verzoek minimaal 120 maanden op de betreffende vordering heeft afgelost conform de aflossingsverplichting en tenminste 50% van de totale vordering heeft betaald; of gedurende 120 maanden niet volledig aan de aflossingsverplichting heeft voldaan maar het achterstallige bedrag over díe periode alsnog heeft betaald en tenminste 50% van de totale vordering heeft betaald; of een bedrag, overeenkomend met tenminste 50% van de totale vordering, in één keer aflost en het niet aannemelijk is dat reguliere incasso een hoger bedrag oplevert dan de afkoopsom. 3.. Het college besluit niet tot kwijtschelding als belanghebbende in de periode van resp. 60 of 120 maanden voorafgaande aan het verzoek tot kwijtschelding, herhaaldelijk, in ieder geval meer dan 1 keer, verwijtbaar, niet, niet tijdig of niet volledig aan zijn inlichtingenplicht heeft voldaan dan wel aan zijn aflossingsverplichtingen. 4.. Ambtshalve kwijtschelding van de restantvordering is mogelijk, indien: belanghebbende gedurende resp. 60 of 120 maanden jaar geen betalingen heeft verricht en het naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat belanghebbende deze op enig moment zal gaan verrichten; na overlijden van belanghebbende, tenzij belanghebbende bij leven over voldoende middelen beschikte om de vordering te voldoen. 5.. Kwijtschelding van een vordering als gevolg van achteraf verkregen middelen die gebaseerd is op een terugvorderingsbesluit ingevolge artikel 58 lid 2 onder f onder 1 en 2 Pw, artikel 25 lid 3 IOAW of artikel 25 lid 3 IOAZ is niet mogelijk. 6.. Kwijtschelding van een vordering welke wordt gedekt door pand of hypotheek op een zaak of zaken is niet mogelijk. 7.. Er wordt geen terugbetaling aan belanghebbende gedaan van aflossingen die hebben plaatsgevonden voorafgaand aan het besluit als vermeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel