Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Terugvordering van verstrekt bedrijfskapitaal

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering en verhaal

1.. Het college stelt het bedrijfskapitaal, dat is toegekend op grond van de artikelen 20, 22, 24 en 26 Bbz 2004 opeisbaar en vordert dit terug indien: bedrijfskapitaal niet overeenkomstig de bestemming is besteed; er sprake is van bedrijfsbeëindiging of overdracht van het bedrijf; er sprake is van faillissement of surseance. 2.. Het college vordert het bedrijfskapitaal dat is toegekend op grond van de artikelen 20, 22, 24 en 26 Bbz 2004 of de achterstanden in betaling aflossing en rente terug indien: de termijn van uitstel van aflossing en betaling van rente zoals genoemd in artikel 41 lid 2 Bbz 2004 is verlopen, zoals bepaald in artikel 41 lid 4 Bbz 2004; de financiële omstandigheden van de belanghebbende zodanig blijken te zijn dat deze geacht kan worden aan de verplichtingen te kunnen voldoen, dan worden de vanaf de vervaldatum achterstallige rente- en aflossingsbedragen terstond teruggevorderd. Indien hierbij sprake is van toerekenbare tekortkoming in de nakoming, is over de achterstallige rente- en aflossingsbedragen de wettelijke rente verschuldigd; belanghebbende ook na een tweede aanmaning niet aan de betalingsverplichting voldoet. Dit geldt ook voor bedrijfskapitaal verstrekt op grond van de artikelen 22 en 26 Bbz 2004 indien het vermogen meer bedraagt dan gesteld in artikel 3 Bbz 2004 en er geen bijstand “om niet” mogelijk is. 3.. Terugvordering vindt plaats bij alle partijen aan wie het bedrijfskapitaal is verstrekt en/of zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld hebben voor de terugbetaling hoofdsom en de rente. 4.. Indien door belanghebbende niet aan de gestelde verplichtingen wordt voldaan, vordert het college het verstrekte bedrijfskapitaal terug.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel