Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Geheel afzien van terugvordering – Geen schending inlichtingenplicht

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering en verhaal

In afwijking van artikel 2 lid 1 onderdeel c ziet het college af van terugvordering: als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn; als het totaal aan netto terugvorderingen op grond van de Pw, IOAW, IOAZ en het Bbz 2004 over het gehele kalenderjaar niet hoger is dan € 100,00; als het betalingen betreft die gedaan zijn, meer dan zes maanden na de ontvangst van een signaal waaruit het college had moeten afleiden dat ten onrechte of te veel uitkering werd betaald; als de uitkering wordt beëindigd vanwege werkaanvaarding en als gevolg hiervan voor belanghebbende aanspraak bestaat op de inkomensafhankelijke combinatiekorting of de heffingskorting minstverdienende partner van de belastingdienst en deze korting tevens betrekking heeft op de periode direct voorafgaand aan de beëindiging van de uitkering; als bij beëindiging van de uitkering blijkt dat voor belanghebbende aanspraak bestaat op de (alleenstaande) ouderenkorting en deze korting tevens betrekking heeft op de periode direct voorafgaand aan de beëindiging van de uitkering; als te veel verstrekte uitkering ten gevolge van overlijden niet meer verrekend kan worden met een resterend recht op uitkering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel