**1..** Het college heeft de bevoegdheid om als aflossingsverplichting een betaling van de volledige vordering ineens op te leggen, dan wel ambtshalve een maandelijkse aflossingstermijn vast te stellen.
**2..** Belanghebbende moet het bedrag binnen de gestelde termijn voldoen, maar als dit niet mogelijk is kan het college de aflossing als volgt bepalen:
bij een inkomen gelijk aan of lager dan de bijstandsnorm, is de beslagvrije voet 95% van het netto inkomen inclusief vakantietoeslag en bedraagt de aflossingsverplichting 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag;
bij een inkomen hoger dan de bijstandsnorm, wordt de beslagvrije voet en de hoogte van de aflossingsverplichting vastgesteld overeenkomstig de Wet Vereenvoudiging beslagvrije voet middels de uniforme rekentool.
**3..** De aflossingsverplichting voor de belanghebbende waarvan de uitkering is beëindigd in verband met uitstroom naar werk, wordt tot 6 maanden na datum van beëindiging van de uitkering vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in lid 2 onder a.
Hoofdstuk 4
Artikel 7
Aflossingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering en verhaal