Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Onderbreking bijstand

Onderdeel van Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht Someren 2016

Indien binnen een periode van twee jaar na beëindiging van de bijstandverlening onder verband van hypotheek c.q. onder vestiging van pandrecht wederom recht op bijstand bestaat, wordt deze/dit verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek c.q. het laatst gevestigde pandrecht. Voor de toepassing van het eerste lid is het moment bepalend waarop de bijstand in de vorm van een geldlening (artikel 50, tweede lid van de Participatiewet) eindigt. Dit kan een moment zijn waarop er in het geheel geen recht meer bestaat op bijstand, maar ook het moment waarop de bijstand in de vorm van de geldlening wordt omgezet in bijstand om niet, omdat het plafond van de geldlening bereikt is. Duurt de onderbreking van de bijstand in de vorm van een geldlening langer dan twee jaar dan zal opnieuw de hoogte van de geldlening vastgesteld moeten worden. Daarbij moet de woning, de woonwagen of het woonschip opnieuw worden getaxeerd en mag niet worden uitgegaan van de waarde in verband met een vorige periode van bijstandsverlening in de vorm van een geldlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel