Ingevolge artikel 48, derde lid van de Participatiewet verbindt het college aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening, zoals bedoeld in artikel 50, tweede lid van de Participatiewet, verplichtingen die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.
Het college verbindt aan de verlening van de bijstand de verplichting dat de belanghebbende meewerkt aan het stellen van zekerheden in de vorm van hypotheek of pandrecht.
Het stellen van zekerheden wordt verplicht gesteld zodra het bedrag aan algemene bijstand een grens van € 5.000,- te boven gaat. De daarvoor in de vorm van een geldlening uitbetaalde bijstand wordt ook onder de te stellen zekerheid gebracht.
Indien de belanghebbende de verplichting, zoals bedoeld in het tweede en derde lid, niet nakomt, na een geboden hersteltermijn, wordt de bijstand ingetrokken en de reeds verstrekte bijstand als geldlening teruggevorderd.