Gemeenten hebben zich te houden aan landelijke wet- en regelgeving. Het wettelijk kader voor de gemeente is de gemeentewet en het BBV. Hieronder worden de hoofdpunten genoemd van de gemeentewet en het BBV, die te maken hebben met de kaders inzake investeringen en vaste activa
1.2.1 Gemeentewet
In de Gemeentewet is opgenomen in artikel 212 dat de regels voor waardering en afschrijving van activa opgenomen moeten worden in de (financiële) verordening: “De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan”.
1.2.2 Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
Het BBV gaat enerzijds in op de balanspresentatie van de soorten activa, anderzijds behandelt het BBV de regels omtrent het activeren, waarderen en afschrijven van balansposten.
Het BBV behandelt de balanspresentatie van de vaste activa in paragraaf 4.5.3 (artikelen 33 tot en met 36 en artikelen 51 en 52). Het activeren, waarderen en afschrijven komt aan de orde in BBV hoofdstuk 5 artikelen 59 tot en met 65. In bijlage 1 zijn de relevante artikelen uit het BBV bijgevoegd.
Het BBV maakt onderscheid in investeringen in economisch nut zoals gebouwen, investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven (zoals riolen) en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut zoals wegen. Economisch nut investeringen en sinds 2017 ook maatschappelijk nut investeringen moeten worden geactiveerd, wat leidt tot kapitaallasten (afschrijvings- en rentelasten) in de begroting.