Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Subsidieaanvraag en aanvraagtermijn

Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leusden 2023

1.. De aanvrager van een subsidie voor voorschoolse educatie of de subsidie peuteropvang voldoet aan de kwaliteitseisen van hoofdstuk 2 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en aan de Regeling wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. 2.. De subsidie wordt aangevraagd voor de looptijd van de regeling, te weten, van 1 januari tot en met 31 december 2023. 3.. De subsidie voor voorschoolse educatie en de subsidie peuteropvang wordt aangevraagd via het formulier ‘aanvraag subsidie Voorschoolse Educatie en/of aanvraag subsidie Peuteropvang’. 4.. De (digitale) aanvraag dient te worden aangevuld met de volgende stukken: een beleidsplan dat voldoet aan artikel 8 lid 7; een begroting voor de benodigde kindplaatsen Voorschoolse Educatie verdeeld over de categorieën a. en b. uit lid 1 van artikel 7. middels het daarvoor bestemde invulformat. een begroting voor de benodigde kindplaatsen Peuteropvang. een begroting voor de benodigde inzet van de PBM VVE op basis van het aantal peuters met een vve-indicatie tussen de 2,5 en 4 jaar, waaraan in het kindercentrum op 1 januari van het betreffende jaar voorschoolse educatie wordt aangeboden te vermenigvuldigen met tien uur. een kopie van de meest recente oprichtingsakte of statuten van de rechtspersoon en een actueel uittreksel uit het handelsregister; een verklaring omtrent het gedrag voor bevoegd vertegenwoordiger van de de rechtspersoon van de aanvrager. 5.. De subsidieaanvraag dient uiterlijk op 27 november 2022 te worden ingediend. Voor 31 december 2022 neemt het college het besluit over de toe te kennen subsidie. 6.. Het college kan, indien de aanvraag daartoe aanleiding geeft, de aanvrager om nadere informatie verzoeken. 7.. De subsidie aanvraag wordt aangevuld met een beleidsplan waarin in ieder geval de volgende onderwerpen staan beschreven. Voor voorschoolse educatie: De wijze waarop wordt voldaan van het kwaliteitskader vve van de onderwijsinspectie; Het aanbod; de omvang en samenstelling van de vve-groep(en); Het erkende VVE-programma waar mee gewerkt wordt; Het volgen van brede ontwikkeling van het kind; De inzet van de pedagogisch medewerker voorschoolse educatie PBM VVE én Een beschrijving van de wijze waarop door inzet van de PBM VE de kwaliteit van de voorschoolse educatie wordt bevorderd; De evaluatie van kwaliteit en resultaten; Gericht ouderbeleid; De doorgaande lijn en de overdracht van voorschool naar basisschool; De externe zorg en ondersteuning; De Samenwerkingspartners. Voor reguliere peuteropvang: De omvang en samenstelling van de groep(en); Het volgen van de vbrede ontwikkeling van het kind; Een gericht ouderbeleid; De samenwerking met andere organisaties. 8.. De aanvrager is verantwoordelijk voor een juiste en volledige informatieverstrekking op grond waarvan het college redelijkerwijs tot een besluit kan komen. Een onvolledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen. Bij een onvolledige aanvraag wordt de aanvrager verzocht de aanvraag aan te vullen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel