Het stelsel van jeugdhulp is erop gericht dat ieder kind gezond en veilig opgroeit en zo zelfstandig mogelijk kan deelnemen aan het maatschappelijk leven, rekening houdend met zijn of haar ontwikkelingsniveau.
Ouders zijn hiervoor het eerste verantwoordelijk. Als dit niet vanzelf gaat, komt de overheid in beeld.
Dan moet het jeugdstelsel snel, goed en op maat functioneren. Deze inzet vloeit ook voort uit het VN-Verdrag over de rechten van het kind (Kinderrechtenverdrag).
De ingezette transformatie in het Sociaal Domein wordt gekenmerkt door:
preventie en uitgaan van eigen kracht van jeugdigen, ouders en het sociale netwerk;
minder snel medicaliseren, meer ontzorgen en normaliseren;
eerder (jeugd)hulp op maat voor kwetsbare kinderen;
integrale hulp met betere samenwerking rond gezinnen: één gezin, één plan, één regisseur;
meer ruimte voor jeugdprofessionals en vermindering van regeldruk.
Leeswijzer
Een besluit over het al dan niet verstrekken van een individuele voorziening is in artikel 2.3 van de Jeugdwet voorbehouden aan het college op basis van een beoordeling van de persoonlijke situatie en behoeften van de jeugdige. Het gemeentelijke Sociaal team Jeugd is bevoegd en gemandateerd om dit besluit namens het college te nemen.
Voor het verlenen van kortdurende hulp door het Sociaal Team is de Jeugdwet van toepassing. Het Sociaal team Jeugd is bevoegd om vrij-toegankelijke kortdurende hulp te verlenen. In deze beleidsregels wordt er voor de leesbaarheid gesproken over besluiten en kortdurende hulp van het Sociaal Team Jeugd. In de Bijlage worden gebruikte termen in de beleidsregels gedefinieerd.