Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Eigen kracht

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Montferland 2022

Er hoeft geen jeugdhulp te worden verstrekt als de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) naar oordeel van het Sociaal Team Jeugd toereikend zijn (hierna: eigen kracht). Hulp van personen uit het sociaal netwerk valt daar ook onder. De Jeugdwet wordt gevormd door een stelsel met als uiteindelijk doel de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van diens gezin en sociale omgeving te versterken (TK 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 2). Hierbij past een actieve rol van de ouders en het kind om in eerste instantie te trachten de op hun weg komende problemen zelf of met behulp van hun eigen netwerk op lossen (TK 2012/13, 33 684, nr. 3, p. 136). Deze uitgangspunten zijn (ook) in artikel 2.1 van de wet verankerd; de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen ligt allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf en er moet worden uitgegaan van de eigen kracht van de jeugdige, zijn ouder(s) en het sociale netwerk. Het Sociaal Team Jeugd wil ‘eigen kracht’ insteken vanuit het welbevinden en mogelijkheden van de jeugdige en/of een ouder; door niet het probleem te bespreken, maar juist te bespreken wat de jeugdige en/of een ouder kan. ‘Eigen kracht’ wordt daarmee op een positieve manier uitgangspunt van het gesprek. Redelijke wetsuitleg De wet schrijft niet voor wat nu precies onder eigen kracht kan vallen. De invulling die daaraan wordt gegeven, moet vallen binnen een redelijke wetsuitleg. Komt het Sociaal Team Jeugd tot het oordeel dat de eigen kracht van de jeugdige en/of zijn ouder(s) (deels) toereikend zijn, dan kan een eventueel ingediende aanvraag om jeugdhulp geheel of gedeeltelijk worden afgewezen. Zorg van ouders voor kinderen Ouders hebben naast het recht ook een plicht om hun minderjarig kind te verzorgen en op te voeden (art. 1:247 van het Burgerlijk Wetboek). Daaronder wordt mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. De zorgplicht van ouder(s) strekt zich in ieder geval uit over: verzorging, begeleiding en opvoeding die de ouder(s) normaal gesproken geeft aan het kind. Dat betekent ook dat als één van de ouders uitvalt, de andere ouder dat overneemt. Verder behoren ouders hun kinderen een passend leefklimaat te bieden in een beschermende woonomgeving. De zorgplicht van ouders voor kinderen draagt bij aan: het gezond en veilig kunnen opgroeien, het groeien naar zelfstandigheid en het voldoende zelfredzaam zijn (worden) en maatschappelijk kunnen participeren. Het gaat om gebruikelijke hulp (zie begripsbepaling van deze beleidsregels). Verlof Ook worden de wettelijke regelingen voor verlof en arbeidstijden betrokken bij de eigen kracht vraag. Denk aan het gebruik van verlofrechten, de mogelijkheid van aanpassing van de arbeidsduur, het opnemen van ouderschapsverlof, adoptie- en pleegzorgverlof en langdurend zorgverlof. Gescheiden ouders Ook in de situatie dat ouders gescheiden zijn, wordt onderzoek gedaan naar de vraag of de ouder (waar de jeugdige niet woonachtig is) de hulp, zorg en/of ondersteuning redelijkerwijs kan bieden. De ex-echtgenoot kan immers tot het sociaal netwerk worden gerekend. Is er sprake van co-ouderschap, dan geldt het uitgangspunt dat van hen wordt verwacht dat zij samen de hulp, zorg en/of ondersteuning bieden. Immers, bij co-ouderschap verdelen ouders feitelijk de zorg voor het kind; zij vallen beiden onder het sociaal netwerk. Toezicht, 24 uurs zorg in de nabijheid algemeen Toezicht dan wel 24 uurs zorg in de nabijheid valt in principe onder de hulp, zorg en/of ondersteuning die ouders geacht worden te bieden aan kinderen. De mate waarin dat nodig is, is in het algemeen afhankelijk van de leeftijd en een normaal ontwikkelingsprofiel. Binnen zo’n ontwikkelingsprofiel is bijvoorbeeld pedagogische correctie, aansturing van gedrag en bieden van stimulans gebruikelijke hulp (zie wederom begripsbepaling van deze beleidsregels). Permanent toezicht Permanent toezicht valt niet onder de normale zorgplicht van ouders. Het gaat bij dit toezicht om het onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen. Dat is dus iets anders dan meer of minder toezicht wat normaal gesproken hoort bij een kind. Denk bijvoorbeeld aan een pasgeboren baby. Het gaat om toezicht dat geboden moet worden op basis van actieve observatie met als doel dreigende ontsporing in het gedrag of de gezondheidssituatie van de jeugdige vroegtijdig te signaleren, waardoor altijd tijdig ingegrepen kan worden en escalatie van onveilige, gevaarlijke, (levens)bedreigende gezondheids- en/of gedragssituaties voor de jeugdige kan worden voorkomen. Jeugdige vanaf 12 jaar Jeugdigen hebben vanaf 12 jaar het recht een mening te vormen en die vrijelijk te uiten (art. 12 van het IVRK). Dat wil zeggen dat het Sociaal Team Jeugd de mening van jeugdigen in deze leeftijd moet betrekken bij het onderzoek. Hoewel dat misschien niet voor de hand ligt, kan het zijn dat de jeugdige de hulp, zorg en/of ondersteuning niet (meer) van zijn ouder(s) wil ontvangen terwijl de ouder(s) daartoe wel in staat is. Wanneer de jeugdige van 12 jaar of ouder geen (intieme) persoonlijke verzorging (meer) wil ontvangen van de ouder(s), dan wordt daarin geen hulp door hen verwacht. Persoonsgebonden Eigen kracht is persoonsgebonden. Dat wil ook zeggen dat het betrekking kan hebben op de jeugdige of zijn ouder(s), maar ook op beiden. In de individuele situatie wordt beoordeeld of en zo ja in hoeverre de eigen kracht toereikend is. Capaciteiten Wanneer de ouder(s) - al dan niet tijdelijk - niet of over onvoldoende capaciteiten beschikt om de (dagelijkse) hulp, zorg en/of ondersteuning te bieden, dan is er (tijdelijk) geen of onvoldoende eigen kracht. Afhankelijk van de problemen die ouders ondervinden, kan het Sociaal Team Jeugd jeugdhulp verstrekken met als resultaat ondersteuning in de opvoeding. Die is erop gericht om de ouder(s) instrumenten in handen te geven waardoor zij (weer) in staat zijn de (dagelijkse) hulp, zorg en/of ondersteuning te bieden. Het Sociaal Team Jeugd beoordeelt vanzelfsprekend ook of een vrij-toegankelijke voorziening een passende oplossing kan bieden. Vervoer locatie jeugdhulp De jeugdige kan in aanmerking komen voor vervoer naar en van de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden (zie art. 3.5 van de Verordening). Dit als er naar oordeel van het Sociaal Team Jeugd een medische noodzaak bestaat voor het vervoer en/of de jeugdige gelet op beperkingen in de zelfredzaamheid is aangewezen op het vervoer. Eigen kracht jeugdige Ook onderzoekt het Sociaal Team Jeugd of de jeugdige in staat is om veilig zelfstandig lopend, al dan niet met een algemeen gebruikelijk loophulpmiddel, of zelfstandig met een algemeen gebruikelijk vervoermiddel te reizen naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. Eigen kracht ouder(s) Wanneer de jeugdige de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden niet zelf kan bereiken onderzoekt het Sociaal Team Jeugd de eigen kracht van de ouder(s) om de jeugdige naar de locatie te brengen en weer op te halen. Het uitgangspunt is dat de ouder(s) het vervoer en de begeleiding bieden aan de jeugdige bij het vervoer. Daarbij is het van belang of de locatie bereikt kan worden met het Openbaar Vervoer of met een algemeen gebruikelijk vervoermiddel. Denk aan een fiets of een (eigen) auto. Ook personen uit het sociaal netwerk (niet zijnde de ouders) kunnen de jeugdige begeleiden (brengen) naar en van de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden. Overbelasting of dreigende overbelasting Er is geen sprake van eigen kracht als ouders overbelast zijn of dreigen te raken en als personen uit het sociaal netwerk geen of onvoldoende hulp, zorg en/of ondersteuning kunnen bieden. Heeft het Sociaal Team Jeugd vastgesteld dat er sprake is van (dreigende) overbelasting van de ouder(s), dan kan (tijdelijk) jeugdhulp worden verstrekt tot het moment dat de (dreigende) overbelasting is verminderd of opgelost. Draagkracht en draaglast Overbelasting wijst op een verstoring van het evenwicht tussen draagkracht en draaglast waardoor fysieke en/of psychische klachten ontstaan. Soms is het direct duidelijk dat de ouder(s) overbelast is of dreigt te raken, maar soms ook niet. Niet alleen de omvang van de planbare hulp, zorg en/of ondersteuning maar ook de noodzaak tot het aanwezig zijn om die te bieden, kan van invloed zijn op de belastbaarheid van de ouder(s).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel