Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.7

Beschikking

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Montferland 2022

Als de procedure leidt tot de beoordeling dat een individuele voorziening nodig is wordt dit beschreven in het ondersteuningsplan. Daarin staan de bevindingen uit het onderzoek, de gekozen oplossingsrichting, de concrete resultaten en eventueel de beoogde jeugdhulpaanbieder. De hierboven bedoelde beoordeling met betrekking tot individuele voorziening wordt als besluit vastgelegd in een formele, zorgvuldig voorbereide en voldoende gemotiveerde beschikking, als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht, waartegen de mogelijkheid van bezwaar en beroep bestaat. De beschikking wordt, namens het college, opgesteld door het Sociaal Team Jeugd. De gemeente verstuurt de toewijzing naar de jeugdhulpaanbieder. Hierin staat het hoofd- en subsegment, de duur van de indicatie en de door de Toegang geformuleerde resultaten. De jeugdhulpaanbieder gaat met de jeugdige in gesprek en stelt zo spoedig mogelijk het Zorgplan op. Desgewenst kan hij de jeugdige vragen of hij het ondersteuningsplan kan inzien. 3.7.1 Verwijzing door medici Op grond van artikel 2.3 van de Verordening kunnen de huisarts, jeugdarts of medisch specialist rechtstreeks verwijzen naar door de gemeente gecontracteerde jeugdhulp. De jeugdige en/of een ouder kan met de verwijzing rechtstreeks naar een jeugdhulpaanbieder. Om zeker te weten welk aanbod bij welke jeugdhulpaanbieder gecontracteerd is of om nader advies in te winnen, kan de jeugdige en/of een ouder of de verwijzer contact opnemen met de medewerker Sociaal Team Jeugd. Nadat de jeugdhulpaanbieder een zorgplan heeft gemaakt met de jeugdige en/of een ouder, doet de jeugdhulpaanbieder een verzoek om toekenning bij de gemeente (315-bericht). Als de jeugdige al bekend is bij de gemeente/ Sociaal Team Jeugd vindt er eerst afstemming plaats tussen het Sociaal Team Jeugd en de jeugdhulpaanbieder alvorens het verzoek wordt toegekend. Is de jeugdige 17+ jaar, dan wordt de indicatie afgegeven tot 18 jaar in verband met de overgang Jeugdwet naar Wmo plus inzet Zorgverzekeringswet voor behandeling. De jeugdhulpaanbieder kan pas beginnen met het daadwerkelijk verlenen van jeugdhulp nadat de toekenning (301-bericht) verstuurd is aan de jeugdhulpaanbieder. Op deze manier wordt voorkomen dat een niet gecontracteerde aanbieder of niet gecontracteerde jeugdhulp wordt ingezet na verwijzing en kunnen de budgetten bewaakt worden. 3.7.2 Bepaling jeugdhulp in gedwongen kader Een gecertificeerde instelling bepaalt of en welke jeugdhulp nodig is tijdens de uitvoering van de juridisch kinderbescherming maatregel. De gecertificeerde instelling, is daarbij, indien mogelijk, gehouden aan de door de gemeente ingekochte jeugdhulp. Het Sociaal Team Jeugd is gehouden om de jeugdhulp in te zetten die deze partijen nodig achten om de opgelegde maatregel uit te kunnen voeren. De jeugdbeschermer zoekt contact met Het Sociaal Team Jeugd en de jeugdhulpaanbieder. De afspraak is om eerst te overleggen met het Sociaal Team Jeugd. In de bepaling jeugdhulp van de jeugdbeschermer wordt vervolgens de duur, de passende zorgvorm op subsegmentniveau en de evaluatie momenten vastgelegd. Indien de jeugdhulpaanbieder niet tijdig de aangewezen hulp kan leveren bespreken de jeugdbeschermer en de jeugdhulpaanbieder maatwerkoplossingen bij het netwerk van zorgaanbieders óf bij de Regionale Expertisetafel SDA (RET), met eventuele inschakeling van aanvullende expertise via Bovenregionaal Expertisenetwerk Gelderland (BOEG), opschaling naar de regionaal contactpersoon Sociaal Domein Achterhoek en als laatste mogelijkheid een bestuurlijke escalatie. 3.7.5 Spoedeisende hulp De jeugdhulpaanbieder die de spoedhulp uitvoert op advies van SEZ mag direct starten, zonder beschikking van de gemeente. De zorgaanbieder meldt de inzet van jeugdhulp direct en uiterlijk binnen vijf dagen bij het Sociaal Team Jeugd. De Sociaal Team Jeugd en jeugdhulpaanbieder van spoedhulp maken zo nodig met elkaar afspraken over de samenwerking tijdens het spoedhulptraject, met het oog op eventueel in te zetten vervolghulp. De bevestiging van het Sociaal Team Jeugd tot toekenning van de spoedhulp zal zo snel mogelijk na de melding van de start van de jeugdhulp in een beschikking worden toegestuurd. 3.7.6 Geldigheidsduur beschikking Een besluit tot toekenning van een verstrekking heeft een geldigheidsduur die mede afhankelijk van de vastgestelde resultaten. Dit geldt voor zowel een verstrekking in natura als een verstrekking van een persoonsgebonden budget. Een besluit tot toekenning van een individuele voorziening voor jeugdigen met een levenslange en levensbrede ondersteuningsvraag krijgt een passende beschikkingsduur. Een besluit tot toekenning van een individuele voorziening pleegzorg en een gezinshuis is tot 21 jaar en kan verlengd worden tot 23 jaar, als dat past bij het perspectief van de plaatsing. Een besluit tot toekenning van een individuele voorziening als bedoeld onder punt 1 kan tussentijds worden aangepast op basis van een door de jeugdhulpaanbieder gewijzigd zorgplan. Het Sociaal Team Jeugd beoordeelt de noodzaak van een tussentijdse wijziging. De Sociaal Team Jeugd voert regie op de voortgang van de jeugdhulp en of de resultaten worden behaald. Door beide kanten (jeugdhulpaanbieder en Sociaal Team Jeugd) kan bijsturing worden gevraagd. Naar aanleiding van het evaluatiegesprek kan besloten worden de inzet van de jeugdhulpaanbieder te wijzigen. Een besluit tot toekenning van een individuele voorziening kan worden ingetrokken, indien de jeugdige of zijn ouders zich niet binnen zes maanden hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder voor jeugdhulp. Een reeds verstrekte individuele voorziening kan worden ingetrokken of herzien (aangepast) als er sprake is van wijzigingen in de persoonlijke situatie van de jeugdige of ouders of als er sprake is van een beleidswijziging. In dat laatste geval zal een redelijke overgangstermijn in acht worden genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel