Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Afweging bekwaamheid budgethouder

Onderdeel van Nadere regels persoonsgebonden budget jeugdhulp 2022

(nadere uitwerking artikel 10 verordening) De aanvrager moet naar het oordeel van het college in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te kunnen voeren. Hiervoor gelden de volgende criteria: de aanvrager kan zelfstandig een redelijke waardering maken van zijn belangen ten aanzien van de zorgvraag. Dit betekent onder andere dat de aanvrager handelingsbekwaam is en niet als gevolg van dementie, een verstandelijke beperking of psychiatrische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie heeft; de aanvrager kan de aan de pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uitvoeren. Hij kan een zorgverlener kiezen die aan de zorgvraag voldoet, een sollicitatiegesprek voeren, een contract aangaan, de zorgverlener in de praktijk aansturen, de kwaliteit van de geleverde zorg bewaken, de administratie bijhouden. Wanneer er sprake is van jeugdhulp bij vier dagen of meer per week kan de aanvrager de werkgeversplichten uitvoeren zoals bijvoorbeeld het doorbetalen van loon bij ziekte of het hanteren van een redelijke opzegtermijn. De aanvrager ontvangt geen schuldhulpverlening en staat niet onder bewind. In het geval de aanvrager zelf niet beschikt over de benodigde vaardigheden om de regie te voeren over het pgb, kan in een aantal situaties toch een pgb verstrekt worden met de hulp van iemand uit het eigen netwerk of een wettelijk vertegenwoordiger. Het college hanteert voor deze persoon de afwegingscriteria uit lid 1 van dit artikel en deze persoon moet samen met de aanvrager aanwezig zijn bij gesprekken met het CJG+ de Kempen in het kader van de toegang naar en uitvoering van de jeugdhulpvoorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel