In deze verordening wordt verstaan onder:
a. college: het college van burgemeester en wethouders;
b. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
c. Nieuw bouwwerk: bouwwerk dat wordt opgericht na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief herbouw na sloop van een bestaand bouwwerk;
d. Eigenaar: degene op wiens perceel het hemelwater valt of onder wiens perceel zich het grondwater bevindt;
e. Hemelwatervoorziening: voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
f. Riolering: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
g. Verhard oppervlak: oppervlak voorzien van verhardingen op particulier terrein (o.a. daken, tuinen en erven, etc.), zodanig dat hemelwater van dit oppervlak niet in de bodem kan infiltreren;
h. Nieuw verhard oppervlak: verhard oppervlak op particulier terrein dat wordt aangelegd na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief aanleg na verwijdering van bestaand verhard oppervlak.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de afvoer van hemelwater Utrechtse Heuvelrug