**1..** De medewerker bespreekt met de inwoner de vraag om ondersteuning en het effect dat de inwoner met de vraag om ondersteuning wil bereiken. De medewerker onderzoekt:
De behoefte van de inwoner: wat is er nodig?
De persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit? En wat betekent dit voor het effect dat de inwoners wil bereiken?
De (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem?
Andere voorzieningen; kan de inwoner gebruik maken van voorzieningen uit andere wetten?
De omgeving van de inwoner: welke ondersteuning kan het sociale netwerk of kunnen organisaties bieden?
De rol van de gemeente: welke ondersteuning kan de gemeente bieden?
De rol van de inwoner: welke rechten en plichten heeft de inwoner?
**2..** Het gesprek kan telefonisch plaatsvinden als dat voldoende is voor het beoordelen van de vraag om ondersteuning.
**3..** Als het nodig is betrekt de medewerker ook anderen bij het gesprek. Als de inwoner mantelzorg krijgt, gaat de gemeente na of er maatregelen genomen moeten worden om die mantelzorger te ondersteunen.
**4..** Gaat het om Wmo- of jeugdhulp, dan informeert de medewerker de inwoner over de voorwaarden om een persoonsgebonden budget (Pgb) te kunnen krijgen. Als de inwoner een Pgb wil ontvangen, dan onderzoekt de gemeente of de inwoner in staat is om het Pgb te beheren en aan andere eisen rond het Pgb voldoet (zie hoofdstuk 8.3.)
**5..** Gaat het om ondersteuning-op-maat dan informeert de medewerker de inwoner over een bijdrage in de kosten.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2.2.
Gesprek en onderzoek
Onderdeel van Verordening sociaal domein Gemeente Bronckhorst