Naast de kansen om op basis van doelgroepen stappen te maken in de transitie, liggen er ook nadrukkelijk mogelijkheden om gebiedsgericht aan de slag te gaan. Daarnaast is een gebiedsgerichte aanpak een welkome aanvulling op een doelgroepenaanpak, omdat je op een gebied meer grip hebt als gemeente en partners, waarmee de besparingsdoelstellingen voor 2030 haalbaarder worden. Vanuit het Klimaatakkoord zijn zogenaamde (wijk)uitvoeringsplannen (WUP) bestempeld als middel om gebiedsgericht te werken
(Wijk)uitvoeringsplannen
Een wijkuitvoeringsplan (WUP) beschrijft hoe de gemeente de gebiedsgerichte aanpak in een wijk of dorp wil (laten) uitvoeren of regisseren. Het plan beschrijft voor één of meerdere gebieden op welke aardgasvrije warmteoplossing deze gebieden overgaan en (indien al mogelijk) per wanneer. Het beschrijft ook welke maatregelen in het gebied nodig zijn om de stap naar aardgasvrij te maken en welke partijen daarbij een rol spelen. Het wijkuitvoeringsplan biedt daarmee een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de isolatie-aanpak en/of de aardgasvrije warmteoplossing voor het gebied te realiseren. Het uitvoeringsplan wordt opgesteld in samenwerking met bewoners, gebouweigenaren en stakeholders, zoals netbeheerders en woningcorporaties.
Vanuit onze kijk op de warmtetransitie, zien we drie aanknopingspunten voor een gebiedsgerichte aanpak om binnen buurten, wijken of dorpen verder te gaan verkennen:
Clustering
Gebouwen met vergelijkbare eigenschappen zoals het bouwjaar, kennen vaak een vergelijkbare oplossing. Als deze gebouwen geclusterd zijn binnen een gebied, kan een gebiedsgerichte aanpak uitkomst bieden. De aandachtsgebieden in de transitiekaart laten deze clustering zien. In bijvoorbeeld een all-electric aandachtsgebied staan woningen geclusterd waar een collectieve inkoopactie voor warmtepompen opgezet kan worden. Gezien de homogeniteit in bouwjaren van na 1990 is hier namelijk waarschijnlijk al voldoende isolatie aanwezig om deze stap te zetten.
Daarnaast zou een clustering van woningen waar een isolatieslag wenselijk is een kans kunnen zijn om met een collectieve isolatieaanpak te starten. Deze isolatiekansen hebben we inzichtelijk op blokniveau, en zijn gezien de kleinere schaal niet zichtbaar op de transitiekaart. We lichten dit in het kader op de volgende pagina verder toe.
Aansluiten bij de sociale energie in een buurt, wijk of dorp (sociale warmte)
In de Zeeuws-brede samenwerking is verkend waar sociale energie in een buurt, wijk of dorp aanwezig is om met aardgasvrij aan de slag te gaan. De zogenoemde sociale warmtebronnen. Deze zijn samengebracht in de Sociale Warmte Atlas Zeeland. De Sociale Warmte Atlas is een digitale tool die specifiek voor de Zeeuwse TVW’s is ontwikkeld. De atlas bestaat uit meerdere kaarten, die verschillende aspecten laten zien van de sociale warmte in Zeeland.
Sociale energie is essentieel in een buurt om initiatieven vanuit de wijk van de grond te krijgen. Niet alleen omdat het mogelijk een initiatiefnemer de kar kan trekken, maar ook omdat wijk of dorp als sociaal netwerk kan dienen en op die manier draagvlak of gezamenlijk initiatief gecreëerd kan worden. Voorbeelden van sociale warmtebronnen om bij aan te sluiten zijn:
Initiatiefnemers, verenigingen, inwonerscollectieven, energie coöperaties, VVE’s, dorpsraden en -werkgroepen die in de buurt, wijk of dorp aan de slag willen met verduurzaming.
Partijen die als katalysator kunnen werken, zoals een kerkgemeenschap, vereniging of school. De gemeente kan, samen met een dergelijke partij een isolatie aanpak opzetten en uitvoeren.
Andere organisaties die met duurzame maatregelen aan de slag willen zoals lokale ondernemers
Aansluiten bij andere lokale opgaven en kansen
De warmtetransitie in een wijk staat nooit op zichzelf. Vaak zijn er andere opgaven op het gebied van renovatie, vergroening, veiligheid en andere thema’s die ook spelen in een wijk. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd daar waar dat logisch is, en dat werkzaamheden worden gecombineerd om overlast voor inwoners en kosten te besparen. Aan de andere kant wordt het te complex als we in alle wijken alles met alles verknopen. Een balans tussen integraliteit en focus is essentieel. Er zal afstemming plaatsvinden met en over:
Het natuurinclusief aanpassen van gebouwen, zoals bij de pilot “Proactieve Soortenbescherming” in Nieuwdorp, waar bij het isoleren van de woningen rekening wordt gehouden met de instandhouding van soorten als de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis;
Aangrenzende duurzaamheidsthema’s zoals klimaatadaptatie, circulariteit, opwek duurzame energie, en mobiliteit;
Opgaven in de openbare ruimte, zoals rioleringsopgaven;
Sociale thema’s zoals energiearmoede, leefbaarheid en sociale problemen in een buurt, wijk of dorp;
De drukte in de ondergrond;
Plannen van stakeholders zoals de woningcorporatie, waarmee de gemeente samen verkenningen kan doen. Bijvoorbeeld waar renovatieplannen gaan plaatsvinden en kansen liggen voor de collectieve inkoop van isolatie. Daarbij kan verkend worden of er isolatie kan worden aangeboden aan de particulieren in die buurt, wijk of dorp.
Van aanknopingspunten naar startkansen
Op basis van de aanknopingspunten kunnen we in Borsele de komende tijd verder verkennen waar we gebiedsgericht aan de slag willen. We gebruiken de Energie Transitie Atlas om inzichtelijk te maken of en hoe deze aanknopingspunten elkaar kunnen versterken.
De atlas maakt het mogelijk om op kleinere schaal naar kansen te kijken dan het CBS-buurtniveau zoals aangehouden in de transitiekaart. Op dit kleinere schaalniveau kunnen we clustering van vergelijkbare woningen, sociale warmtebronnen en koppelkansen beter inzichtelijk maken en over elkaar heen leggen. Op dat niveau wordt ook de kaartlaag interessant met isolatiekansen per deelgebied en zelfs op blokniveau.
Om isolatiekansen inzichtelijk te maken is gefilterd op: bovengemiddelde warmtevraag, bovengemiddeld gasverbruik, en de aanwezigheid van startkansen voor isolatiemaatregelen (spouw, zoldervloer en grondvloer)
In de kaart op de vorige pagina zien we hoe deze aanknopingspunten samenkomen in Kwadendamme.
Hier zien we op verschillende plekken isolatiekansen, het gasnet is ouder dan 30 jaar en zijn drie inwonersinitiatieven die mogelijk willen bijdragen dorpsgerichte acties. om hier met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Ook voor het gebied Oude Vreeland zien we potentie. Dit blok is namelijk aangemerkt als kansrijk blok voor elektrische warmtepompen (zie transitiekaart). Tot slot zien we dat er verschillende inwonersinitiatieven/-collectieven op het dorp zijn waarmee we het gesprek kunnen starten.
Deze inzichten op wijkniveau kunnen helpen om gebieden op kansrijkheid te beoordelen en deze kansen in de tijd uiteen te zetten. . De komende periode vullen we de Atlas verder aan met bruikbare data om de drie aanknopingspunten (isolatiepotentie, sociale energie in de buurt en andere lokale opgaven en kansen in de buurt) verder aan te vullen en uit te diepen.
Tegelijkertijd blijven het data en modellen die zijn gevisualiseerd in kaarten, en ziet de wereld er in het echt complexer en genuanceerder uit. We zien de kaarten daarom als basis voor de belangrijkste vervolgstap, namelijk het gesprek blijven voeren met de projectgroep, en lokale betrokkenen om de kaarten met lokale kennis te valideren en verrijken en op die manier weloverwogen keuzes te maken over welke startkansen we wanneer verder willen verkennen. Het vormt daarmee
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 5.1.2
Gebiedsgerichte aanpak: drie aanknopingspunten
Onderdeel van Transitievisie Warmte Borsele