De bijzondere bijstand wordt in beginsel “om niet” (zonder terugbetaalverplichting) verstrekt.
In afwijking van lid 1 wordt bijzondere bijstand in de volgende gevallen verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien:
het bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen betreft;
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft;
het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft.
als het een zelfstandige als bedoeld in het Bbz betreft, die een uitkering ontvangt op grond van het Bbz.
De bijstand die in de vorm van een renteloze geldlening wordt verleend, moet worden terugbetaald.
De aflossingstermijn van een renteloze geldlening wordt vastgesteld op drie jaar. Indien er na maximaal 36 maanden nog een restant bestaat, dan wordt dit omgezet in bijstand om niet.
Belanghebbende moet dan wel aan de voorwaarde voldaan hebben, dat hij de vastgestelde maandelijkse aflossingsbedragen volledig heeft betaald. De maanden dat een belanghebbende tijdelijk uitstel van aflossing heeft gekregen tellen niet mee bij de periode van 36 maanden.
Van lid 4 kan worden afgeweken als blijkt dat:
belanghebbende op korte termijn een aanzienlijk hoger bedrag kan aflossen; of
belanghebbende in de eerste drie jaar nalatig is geweest met het aflossen van de geldlening; of
belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan kan worden verweten met betrekking tot het ontstaan of voortduren van de situatie welke tot het verstrekken van bijstand in de vorm van een geldlening heeft geleid. De looptijd wordt in dit geval langer aangezien belanghebbende het volledige bedrag moet aflossen.
De hoogte van de maandelijkse aflossing van de renteloze lening wordt afgestemd op omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. Dit betekent dat bij het bepalen van het maandelijkse aflossingsbedrag de beslagvrije voet in acht wordt genomen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.5
De wijze van verstrekken
Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Eemnes