Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.1

Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten

Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Eemnes

Bij inrichtingskosten moet een onderscheid worden gemaakt tussen de kosten voor duurzame gebruiksgoederen en de overige inrichtingskosten. Duurzame gebruiksgoederen zijn bijvoorbeeld een koelkast, wasmachine of meubels. Met overige inrichtingskosten worden de kosten bedoeld zoals verf en behang. Dit onderscheid is van belang voor de vorm waarin de bijzondere bijstand kan worden verstrekt. 7.1.1 Kosten aanschaf duurzame gebruiksgoederen Algemeen De kosten van inrichting, aanschaf en vervanging van normale duurzame gebruiksgoederen behoren tot de algemene kosten van bestaan en moeten in beginsel uit het inkomen worden betaald. Ook indien men een inkomen op het niveau van het sociaal minimum ontvangt wordt in principe voldoende ruimte in het inkomen aanwezig geacht om hiervoor vooraf te reserveren dan wel via gespreide betaling achteraf in te voorzien. Indien sprake is van bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Voor het vaststellen van de noodzaak van vervanging van het duurzaam gebruiksgoed kan een huisbezoek worden afgelegd. Woninginrichtingskosten voor voormalige asielzoekers Bij een eerste huisvesting na het verlaten van een AZC wordt de voormalige asielzoeker geconfronteerd met de kosten van een ‘eerste inrichting’ in Nederland. Gelet op het eerder genoten inkomen was er geen ruimte om te kunnen reserveren voor de kosten van een complete woninginrichting. Deze kosten komen, voor zover deze niet voldaan kunnen worden uit eigen middelen of via een lening, voor bijzondere bijstand in aanmerking. Voor de hoogte van de bijzondere bijstand wordt aangesloten bij de maximumbedragen voor een complete woninginrichting van de Kredietbank Nederland. Voorwaarden Belanghebbende wordt doorverwezen naar de Kredietbank Nederland voor een geldlening. Indien de Kredietbank Nederland de gemeente verzoekt om borg te staan dient een onderzoek te worden gedaan naar de noodzaak, behalve bij voormalige asielzoekers. Indien de noodzaak aanwezig is, dient de looptijd van de lening en eventueel de bijstand voor aflossing en rente (suppletie) te worden vastgesteld. Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening is van toepassing, indien een lening bij de Kredietbank Nederland (met borgtocht) niet mogelijk is. Bijzondere bijstand om niet wordt slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden verleend. Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt vastgesteld aan de hand van de prijzengids van het NIBUD. Als sprake is van volledige woninginrichting wordt de bijstand vastgesteld op de maximale bedragen van de Kredietbank Nederland. 7.1.2 Verhuiskosten en overige inrichtingskosten Algemeen Verhuiskosten en kosten van woninginrichting zijn normale bestaanskosten die uit een inkomen op bijstandsniveau dienen te worden betaald. Alleen in bijzondere omstandigheden is bijstand in deze kosten mogelijk. Volgens jurisprudentie stelt de Centrale Raad van Beroep dat kosten zoals verf en behang naar hun aard niet als duurzame gebruiksgoederen kunnen worden aangemerkt. Voorwaarden De noodzaak van de verhuizing moet vaststaan. De kosten zijn onvoorzien, er waren geen reserveringsmogelijkheden(vooraf of gespreide betaling achteraf). Er is geen voorliggende voorziening. Bij een verhuizing naar een andere gemeente neemt de gemeente van vertrek die kosten voor haar rekening, die direct betrekking hebben op het vertrek zelf. De kosten, die betrekking hebben op de nieuwe woning, komen voor rekening van de gemeente van vestiging. Wanneer er sprake is van dubbele huur, wordt ervan uitgegaan dat de huur van de oude woning dubbel is. Voor de verhuiskosten en overige inrichtingskosten wordt in principe bijzondere bijstand verleend om niet. Van lid 7 kan worden afgeweken indien zich ten aanzien van belanghebbende omstandigheden voordoen als bedoeld in artikel 48 lid 2 van de Participatiewet. Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt vastgesteld aan de hand van de Prijzengids van het NIBUD. 7.1.3 Waarborgsom Algemeen Het kan voorkomen dat de belanghebbende een waarborgsom moet voldoen ter verkrijging van een bepaalde prestatie zoals bij het betrekken van nieuwe woonruimte. Over het algemeen krijgt de huurder deze waarborgsom bij beëindiging van het huurcontract weer terug. De waarborgsom blijft in feite toebehoren aan de huurder maar hij kan er niet over beschikken. Er kan een noodzaak bestaan om voor deze kosten bijzondere bijstand te verlenen. Voorwaarden Er kan bijzondere bijstand worden verleend voor een waarborgsom in de vorm van een (renteloze) geldlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel