Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Wijze van verdeling

Onderdeel van Nadere regels subsidie leefbaarheidsfonds Midden-Groningen 2023

Van het in de begroting voor deze regeling beschikbaar gestelde bedrag wordt 15% toegekend aan tijdvak 1, 10% aan tijdvak 2, 25% aan tijdvak 3, 15% aan tijdvak 4, 25% aan tijdvak 5 en 10% aan tijdvak 6. Als aan het einde van een tijdvak het subsidieplafond niet is bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan de beschikbare middelen van het daaropvolgende tijdvak, met uitzondering van de middelen die resteren na tijdvak 6. De tijdvakken als bedoeld in het eerste lid zijn de volgende: tijdvak 1: 1 januari tot en met 28 februari, of in het geval van een schrikkeljaar, 29 februari; tijdvak 2: 1 maart tot en met 30 april; tijdvak 3: 1 mei tot en met 30 juni; tijdvak 4: 1 juli tot en met 31 augustus; tijdvak 5: 1 september tot en met 31 oktober; tijdvak 6: 1 november tot en met 31 december. Voor de beoordeling in welk tijdvak een aanvraag valt, is de datum waarop de activiteit plaatsvindt bepalend. Als het geheel van de subsidiabele kosten tijdens een tijdvak hoger is dan het subsidieplafond en eventuele resterende middelen uit één of meerdere voorgaande tijdvakken, wordt – in het geval een of meerdere aanvragers meerdere subsidieverzoeken heeft ingediend – alleen het subsidieverzoek met het hoogste subsidiabele bedrag per aanvrager toegekend. Mochten er vervolgens middelen resteren, dan worden deze naar rato verdeeld over de subsidiabele subsidieverzoeken van aanvragers die meerdere aanvragen hebben ingediend. Als na toepassing van het vijfde lid het geheel van de subsidiabele kosten tijdens een tijdvak hoger is dan het subsidieplafond en eventuele resterende middelen uit één of meerdere voorgaande tijdvakken, vindt toekenning van subsidie naar rato plaats.

Rechtspraak bij dit artikel