Voor het ontvangen van een subsidie als bedoeld in artikel 7.1.2 sub l geldt dat:
enkel subsidie kan worden verstrekt aan de particuliere eigenaar van de te onderzoeken locatie;
kosten voor een archeologisch booronderzoek en het opstellen van een Programma van Eisen voor het gravend archeologisch onderzoek niet in aanmerking komen voor subsidie;
de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat het ter plaatse behouden van de archeologische waarden niet tot de mogelijkheden behoort;
in een gravend archeologisch onderzoekstraject de subsidiabele activiteiten bedoeld in artikel 7.1.2 sub h volledig zijn uitgevoerd en zijn vastgelegd in een door het college goedgekeurd definitief rapport dat op het moment van de aanvraag niet ouder is dan 6 maanden;
het gravend archeologisch onderzoekstraject voor de betreffende onderzoekslocatie voldoet aan SIKB BRL 4003 voor wat betreft het proefsleuvenonderzoek en aan SIKB BRL 4004 voor wat betreft de opgraving;
de aanvrager beschikt over een selectiebesluit waaruit blijkt dat het college de onderzoekslocatie heeft vrijgegeven ten aanzien van archeologie;
per gravend archeologisch onderzoekstraject, waarop het selectiebesluit bedoeld onder f ziet, een aanvraag om subsidie kan worden ingediend;
de aanvrager alle facturen heeft betaald;
de activiteiten overeenkomstig de geldende wetgeving zijn uitgevoerd;
de subsidiabele kosten van de activiteiten hoger zijn dan 1% van de bouwkosten;
de kosten van de activiteiten naar het oordeel van het college in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;
voor de aanvang van de activiteiten een omgevingsvergunning is verleend indien dit vergunningplichtige activiteiten betreffen.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1
Artikel 7.1.6
Voorwaarden gravend archeologisch onderzoek
Onderdeel van Subsidieregelingen 2023 gemeente Súdwest-Fryslân