Een aanvrager kan alleen subsidie krijgen als:
samenwerking tussen minimaal de kinderopvang en de school aantoonbaar is middels een samenwerkingsovereenkomst of convenant en:
gewerkt wordt aan/vanuit één pedagogische visie;
gelijkwaardigheid bestaat tussen onderwijs en kinderopvang en gezamenlijk een IKA-plan is opgesteld;
ouders zoveel mogelijk worden betrokken bij de ontwikkeling van hun kind;
een doorgaande lijn bestaat van de voor- naar de vroegschool;
een duidelijke analyse is gemaakt met betrekking tot de kinderen, hun ouders en de wijk/het dorp waarin de school zich bevindt, waaruit blijkt waar de behoeften liggen en waarin het verband tussen die analyse en het IKA-plan duidelijk wordt beschreven;
sprake is van cofinanciering; de organisaties die deelnemen aan de IKA zetten tenminste 30% van het bedrag van de gemeentelijke subsidie zelf aanvullend in. Dat kan zijn in de vorm van uren van het personeel, materialen, inhuur van derden, etc. ;
de school de eigen VVE-middelen in de lumpsumregeling voor het onderwijs inzet voor VVE-activiteiten op school dan wel de doorgaande lijn 0-6;
de kinderopvangorganisaties hun aanvullende middelen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid in elk geval gedeeltelijk aanvullend inzetten voor het IKA-plan.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.6 Integrale Kind Aanpak
Artikel 2.6.3 Voorwaarden
Artikel 2.6.3 Voorwaarden
Onderdeel van Subsidieregelingen 2023 gemeente Súdwest-Fryslân