Van het in de begroting voor deze regeling beschikbaar gestelde bedrag wordt 50% toegekend aan tijdvak 1 en 50% aan tijdvak 2.
Als aan het einde van tijdvak 1 het subsidieplafond niet is bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan de beschikbare middelen van tijdvak 2.
De tijdvakken als bedoeld in het eerste lid zijn de volgende:
tijdvak 1: 1 januari tot en met 30 juni;
tijdvak 2: 1 juli tot en met 31 december.
Voor de beoordeling in welk tijdvak een aanvraag valt, is bepalend:
de datum waarop de activiteit plaatsvindt, of;
de datum waarop het realiseren, opknappen of in stand houden van de accommodatie start.
Als het geheel van de subsidiabele kosten tijdens een tijdvak hoger is dan het subsidieplafond, wordt 40% van de beschikbare middelen ingezet voor kleine aanvragen en 60% voor grote aanvragen.
Als er na de verdeling als bedoeld in het vijfde lid middelen resteren, worden deze aangewend om de aanvragen die niet volledig kunnen worden gehonoreerd, naar rato aan te vullen.
Artikel 8
Wijze van verdeling
Onderdeel van Nadere regels cofinancieringsfonds ontmoeten Midden-Groningen 2023