**1..** Een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a tot en met c van deze verordening kan worden geweigerd:
als naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, omzetting of splitsing gediende belang;
als het onder a genoemde belang niet kan worden gediend door het stellen van voorschriften en voorwaarden aan de vergunning;
als het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand;
in gevallen als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet;
de onzelfstandige woonruimten na omzetting niet voldoen aan de normen voor nieuwbouw inzake luchtgeluidisolatie, opgenomen in artikel 3.16 en 3.17 van het Bouwbesluit;
de onzelfstandige woonruimten na omzetting niet voldoen aan de normen voor bestaande bouwwerken met een woonfunctie op grond van het Bouwbesluit 2012;
de onzelfstandige woonruimten na omzetting niet voldoen aan de normen voor een woonfunctie voor kamergewijze verhuur op grond van het Bouwbesluit 2012;
de onzelfstandige woonruimten na omzetting niet voldoen aan de normen op grond van het Bouwbesluit 2012 met betrekking tot brandveilig gebruik;
de omzetting van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte, leidt tot het insluiten van een naast-, onder en/of bovengelegen zelfstandig bewoonde woning, door kamergewijze bewoonde woningen;
de omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte leidt tot meer dan 2 direct naast- onder – en/of bovengelegen kamergewijze bewoonde woningen.
**2..** Een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a tot en met c van deze verordening wordt in ieder geval geweigerd:
met het oog op het voorkomen van schaarste wanneer de woonruimte een WOZ-waarde heeft tot en met € 260.000,- (in de praktijk in 2022 een transactiewaarde van de actuele NHG-kostengrens van € 355.000,-).
de aanvraag in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan;
indien het een omzetting betreft in onzelfstandige woonruimten ten behoeve van kortdurend, tijdelijk verblijf, al dan niet te vergelijken met logies, al dan niet als onderdeel van arbeidsvoorwaarden, aan werknemers.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen voor tijdelijke onttrekking indien de aanvrager aantoont dat een situatie bestaat die een tijdelijke woonruimteonttrekking rechtvaardigt en waarbij vaststaat dat die onttrekking niet langer dan twee jaar zal duren.
**4..** Van een onaanvaardbare negatieve inbreuk zoals bedoeld in het eerste lid, onder c, is in ieder geval sprake als dit redelijkerwijs volgt uit de informatie die is opgehaald in het kader van een uitgevoerd leefbaarheidsonderzoek. Deze informatie wordt beoordeeld door een ambtelijke adviesgroep. Burgemeester en wethouders bepalen de taken en werkzaamheden van deze adviesgroep.