Het college stemt de hoogte van de boete af op de mate van verwijtbaarheid van de gedraging. Hierbij geldt het volgende:
bij verminderde verwijtbaarheid bedraagt de boete van 25% van het benadelingsbedrag;
bij normale verwijtbaarheid is geen sprake van opzet en ook niet van grove schuld. De boete bedraagt in dat geval 50% van het benadelingsbedrag;
als geen sprake is van opzet, maar wel van grove schuld waardoor ten onrechte een uitkering is verstrekt, bedraagt de boete van 75% van het benadelingsbedrag;
als sprake is van opzettelijk handelen of opzettelijk nalaten in strijd met de inlichtingenplicht waardoor ten onrechte een uitkering is verstrekt, bedraagt de boete van 100% van het benadelingsbedrag.
Artikel 6
Afstemming van de boete op de mate van verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregels boete sociale zekerheidswetten gemeente Súdwest-Fryslân 2022