Op grond van artikel 2.33 lid 2 onder a van de Wabo zal het college een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu geheel of gedeeltelijk intrekken indien gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu.
Het college gaat niet over tot het intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu dan nadat hij de vergunninghouder de gelegenheid heeft geboden zijn zienswijze naar voren te brengen zoals aangegeven in artikel 4 lid 1 van deze beleidsregels
Als een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen handelingen moeten worden verricht met gebruikmaking van de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu.
De termijn bedoeld onder lid 3 wordt aan de hand van het concrete geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 182 weken na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning voor de activiteit milieu.
Artikel 3
Intrekkingsregeling voor de activiteit milieu
Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning bij uitblijven gebruikmaking